Transcript

Glenn van den Burg (host): Nieuw Business Radio. Let's talk business. Met nu People Power met Glenn van den Burgh. People Power is een programma over de kracht van mensen in organisaties. Met interviews en laatste inzichten voor betere prestaties en gelukkige mensen. Deze week ga ik in gesprek met Mira Groeneveld van Learn to Work, Ron Broeders van Ferrofix en Annette van Waning van Vebego.

Er is een mismatch op de arbeidsmarkt. Dat is er eigenlijk al heel lang. Veel vacatures zijn lastig in te vullen, terwijl er aan de andere kant heel veel mensen langs de kant staan. In de Topacademie worden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in samenwerking en on the job opgeleid. Mira Groeneveld van Learn to Work bestiert en ontwikkelt die Topacademies. En dat doen ze bijvoorbeeld bij Ron Broeders van Ferrofix en bij Annette van Waning van Vebego. Die hebben allebei een Topacademie binnen hun bedrijf. We gaan ze natuurlijk vragen hoe dat allemaal in z'n werk gaat, wat de resultaten zijn en waarom ze dat dan precies op deze manier doen en niet op een andere manier. Want je zou ook kunnen zeggen: je kan ook een BOL of een BBL of al die andere afkortingentrajecten doen. Waarom je per se een Topacademie moet hebben, dat hoor je vandaag bij People Power. Fijn dat je luistert.

We gaan het vandaag hebben over de Topacademie. Meervoud, moet ik alweer zeggen, volgens mij. Mira Groeneveld?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Ja, dat klopt.

Glenn van den Burg (host): Van Learn to Work. Die Topacademies ontwikkel jij. Die zet jij op. Die organiseer jij. Wat is dat precies, een Topacademie?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Een Topacademie is eigenlijk een heel intensieve samenwerking tussen het bedrijfsleven en een aantal scholen. Met name scholen op het niveau van praktijkonderwijs, speciaal onderwijs en mbo 1, en soms maken we een uitstapje naar mbo 2. Zij werken heel nauw samen met bedrijven die banen hebben voor deze jongeren.

Glenn van den Burg (host): De niveaus waar je het over hebt, ik vind dat altijd zo vervelend, want dan ga je het al snel over hoog en laag hebben. Daar hou ik eigenlijk nooit zo van. Maar dat zijn mensen die normaal moeilijk aan de bak komen.

Mira Groeneveld (Learn to Work): Dat zijn mensen die het moeilijker hebben op de arbeidsmarkt. Men zegt in Nederland: vanaf mbo niveau 2 heb je een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt en alle opleidingen die daaronder zitten hebben dat dus niet. Wat je doet als jongeren een niveau daaronder hebben, is proberen ze te stimuleren om toch door te leren tot en met niveau 2 of hoger. Alleen niet voor elke jongere is dat weggelegd. Die jongeren kan je niet opzij zetten op de arbeidsmarkt. Je moet proberen ze op een andere manier toch op een goede plek te brengen.

Glenn van den Burg (host): En is het dan zo dat voor deze doelgroep die reguliere trajecten, BOL en BBL, blijkbaar niet geschikt zijn?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Dat zijn de reguliere trajecten in het mbo. Deze opleidingen zijn vooral lager dan mbo en er is eigenlijk alleen in mbo 1 bol en bbl. Wat wij doen met de Topacademies is de sterke punten van bol en de sterke punten van bbl combineren in een Topacademie.

Glenn van den Burg (host): Kijk, ik heb nu al antwoord op de belangrijkste vraag: waarom moet je nou een Topacademie hebben? Los van het feit dat het fantastisch is, is dit hem natuurlijk. Wat bieden jullie dan aan bedrijven?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Wij ondersteunen het hele project en proces. Het bedrijfsleven en het onderwijs zijn twee totaal verschillende werelden met verschillende dynamieken en belangen. Je merkt dat deze twee werelden het moeilijk vinden om met elkaar te communiceren.

Glenn van den Burg (host): Hoe komt dat nou toch? Want je hoort zo vaak terug dat die aansluiting gewoon niet is wat die zou moeten zijn.

Mira Groeneveld (Learn to Work): De mechanieken zijn anders. Onderwijs is reactief, wordt gestuurd vanuit de overheid, is gebonden aan vaste programma's en structuren. Dat doet iets met het DNA van die wereld. Het bedrijfsleven moet proactief en flexibel zijn, ruimdenkend en uit structuren kunnen stappen. Als ze elkaar eenmaal gevonden hebben, kunnen ze goed communiceren, maar ze hebben vaak hulp nodig. Dat kunnen wij bieden.

Glenn van den Burg (host): Ron Broeders van Ferrofix. Merk je dat ook? Dat het helpt om die samenwerking met het onderwijs makkelijker te maken binnen de Topacademie?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Ja. Al die doelgroepen, VSO, Pro, BOL, het gaat mij boven mijn pet. Ik ben eigenlijk gewoon op zoek naar goede mensen. Mensen die om kwart voor acht willen beginnen en vakkundig zijn. Dat is wat een ondernemer zoekt.

Glenn van den Burg (host): Mira, terug naar jou. Hoe ziet zo'n Topacademie-traject eruit? Waar begin je als ondernemer, als bedrijf? En wat gebeurt er vervolgens?

Mira Groeneveld (Learn to Work): De wensen van de werkgever zijn het uitgangspunt. We gaan eerst in gesprek: wat voor mensen zoek je, wat moeten ze kunnen en kennen? Daarmee maken we een inschatting van het niveau en de passendheid. Als dat haalbaar is, zijn die wensen het uitgangspunt. Dan gaan we naar scholen in de omgeving en kijken we welke school het best past: branche, flexibiliteit, niveau van leerlingen, bereidheid om mee te werken. Er moet commitment zijn binnen de school, vooral van de directie, want we vragen veel flexibiliteit.

Als we passende scholen hebben, zetten we een projectteam op en bouwen we de Topacademie op papier. Samen maken we een lesprogramma en praktijkprogramma, bepalen structuur en begeleiding op de werkvloer, welke docent wat doet. Daar zijn we zo negen maanden mee bezig. Als dat staat, kunnen we van start en gaan de leerlingen daadwerkelijk op de werkvloer aan de slag.

Glenn van den Burg (host): Hoe ziet het traject voor een deelnemer eruit? Noemen jullie ze leerlingen, talenten?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Leerlingen. Ze zitten nog op hun eigen school in principe, alleen ze volgen die school binnen het bedrijf. Sommige leerlingen komen maar één dag per week naar hun eigen school. De docent zit namelijk in-house bij het bedrijf. Bij Hago is dat bijvoorbeeld drie dagen in de week, bij Ferrofix vier dagen. De leerlingen gaan 's ochtends rechtstreeks naar het bedrijf, zien daar hun docent en krijgen les of gaan eerst stage lopen of de werkvloer op.

Glenn van den Burg (host): Dus ze zitten bijna de hele tijd in de werkomgeving.

Mira Groeneveld (Learn to Work): Precies. In plaats van tussen vier muren in bankjes te zitten en te moeten bedenken: wat kan ik hier eigenlijk mee?

Glenn van den Burg (host): Het was altijd een beetje mijn probleem op school. Ik ben praktisch aangelegd; niet goed voor mijn cijfers. Het is allemaal goedgekomen hoor. Uiteindelijk mag ik hier radio maken. Straks wil ik natuurlijk horen van Ron Broeders en van Annette van Waning waarom zij meedoen aan dit mooie programma van de Topacademie. Wat hebben ze eraan en hoe ziet het er bij hen intern uit? Dat hoor je straks.

Glenn van den Burg (host): Ferrofix is een metaalbedrijf dat onder meer stedelijk meubilair maakt: fietsenrekken, afvalbakken, containers, bankjes. Alles wat je op straat ziet en denkt: daar moet iets stevigs voor gemaakt worden. Ron Broeders is een van de oprichters. Ron, jullie werken met de Topacademie. Waarom doen jullie dat?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Dat is eigenlijk zo gegroeid. Niet begonnen met het doel: dit zijn de mensen die we in de toekomst nodig hebben. Maar vanuit gesprekken met Mira en haar collega's zijn we enthousiast geworden. Uiteindelijk, zoals heel Ferrofix, gezegd: we gaan het gewoon doen. We beginnen, zien wat we tegenkomen en leren ervan. Inmiddels is dit het derde jaar.

Glenn van den Burg (host): Jullie werkten volgens mij al veel met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, vanuit de SW-hoek, na een overname van een Rotterdams bedrijf?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Klopt. Even geschiedenis: het is staal met een verhaal. We hadden een bedrijf in onderhoud van ondergrondse afvalcontainers, zo'n 50 mensen. Containers bouwen deden we niet. We haalden ze uit Polen, maar logistiek was dat onhandig. Na een bezoek aan Ikea dacht ik: als Ikea een keuken in een doos kan krijgen, kan ik ook een container in een doos krijgen. Dat hebben we gedaan en die containers moesten geassembleerd worden. Dat kan goed in een voormalige sociale werkplaats. Een jaar later dachten we: we kunnen die containers ook zelf maken. Rustig begonnen met lassen en buigen. Nu maken we ondergrondse containers, met mensen die net even een duwtje in de rug nodig hebben.

Glenn van den Burg (host): Waar komt dat bij jou vandaan?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Ondernemerschap. Zie ik kansen? Gaat het lukken? 100% ervoor gaan en gas erop.

Glenn van den Burg (host): Er zijn ook ondernemers die kansen zien maar het eng vinden of niet weten hoe ze met deze mensen moeten omgaan. Jij doet het wel.

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Ik ben een ondernemer die het net wel doet. En dat is misschien het succes geworden.

Glenn van den Burg (host): Topacademie, drie jaar. Hoeveel mensen hebben jullie gehad?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Ik dacht 33, maar Mira zei net 35. 35 jongens vanuit VSO/Pro. We hebben ons eigen theorielokaal, maar het belangrijkste: ze werken in de fabriek. Je speelt geen bedrijf, je bent een bedrijf. Motivatie is een sleutelwoord: op tijd beginnen, complimentje, soms een schop onder de billen. Dat is echt nodig. Je werkt met echte lasrobots en lasers. Dat krijg je op school veel moeilijker voor elkaar.

Glenn van den Burg (host): Je merkt dus dat ze bij jou de nieuwste technieken leren.

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): We zijn commercieel, dus we moeten geld verdienen. Dan heb je de nieuwste machines nodig. Scholen kunnen dat veel moeilijker aanschaffen.

Glenn van den Burg (host): Is dat voor leerlingen en scholen een reden om met jouw bedrijf samen te werken?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Ik denk het wel.

Mira Groeneveld (Learn to Work): Klopt. Dat is een toegevoegde waarde.

Glenn van den Burg (host): In jouw bedrijf werken veel mensen. Hoe ervaren zij de Topacademie?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Het eerste jaar was wennen. 33 op 150 mensen is heftig. Nu gaat het veel meer over motivatie en samen doelen halen. Veel SW-collega's zijn trots om een leerling iets te leren. We hebben veel anderstalige jongens; wat is beter dan de hele dag Nederlands praten én techniek leren?

Annette van Waning (Vebego/Hago Zorg): Bij Hago Zorg hebben we samen met Erasmus MC een Topacademie. Die draait ook voor het derde jaar. Gestart door een bevlogen collega die behoefte had aan jonge instroom, mensen die het vak willen leren en verder willen kijken.

Glenn van den Burg (host): Is jonge instroom lastig?

Annette van Waning (Vebego/Hago Zorg): Ja. Schoonmaak staat niet bekend als sexy, terwijl het een gaaf vak is waarin je veel kan leren en echt vakmanschap ontwikkelt. Zo'n Topacademie laat dat mooi zien. In het begin was het lastig om jongeren te motiveren. Gek genoeg niet eens de leerlingen, maar vooral de ouders en zelfs docenten. We hebben toen een filmpje gemaakt om hen te overtuigen dat een Topacademie echt gaaf is.

Glenn van den Burg (host): Hoe werkt dat dan, Mira, als je zo'n drempel ervaart?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Ouders en docenten vinden het ingewikkeld om mee te denken waar kansen liggen op de arbeidsmarkt. Schoonmaken is een mooie kans: veel banen, doorgroeimogelijkheden. Je moet laten zien wat het vak is. In het Erasmus en Maastad ziekenhuis zie je wat schoonmaak in een ziekenhuis inhoudt; dan zijn mensen onder de indruk. Dan zien docenten en ouders kansen, zeker bij een mooi bedrijf als Vebego.

Glenn van den Burg (host): Zit er ook een baangarantie aan vast?

Annette van Waning (Vebego/Hago Zorg): Wij doen geen baangaranties. Het is wel voor het echie, maar je kunt moeilijk aan een 16-jarige vooraf een baangarantie geven voor een tweejarig traject. Het is een leer- én ontwikkeltraject. Sommigen vinden het vak geweldig en stromen in, anderen ontwikkelen door naar niveau 2, weer anderen gaan richting zorg. Een baangarantie past daar niet bij.

Glenn van den Burg (host): Stom ouderwets idee van me. We praten zo verder met Ron Broeders, Annette van Waning en Mira Groeneveld. Maar eerst bellen we met Jeroen Buscher voor zijn maandelijkse bespiegeling.

Jeroen Buscher (managementdenker/columnist): Ja, dankjewel Glenn, daar zijn we weer.

Glenn van den Burg (host): Voor de paar mensen die je nog niet kennen: managementdenker, strateeg, boekenschrijver, bezig aan zijn achtste managementboek en gewoon een bijzonder leuk mens. Jeroen, waar gaan we het over hebben?

Jeroen Buscher (managementdenker/columnist): Over ambitie. We zijn in een tijdperk waarin een nieuwe vorm van ambitie opkomt: inhoudelijke ambitie. Ik ben opgegroeid met hiërarchische ambitie: hoger, verder, meer macht, meer inkomen, status. Dat paste bij de 20e eeuw. Nu verdwijnt hiërarchie, wordt de wereld wendbaarder en zien we hoe de rat race en voortdurende vergelijking (social media) deprimerend werken.

Inhoudelijke ambitie gaat niet over beter zijn dan anderen, maar beter zijn dan jezelf. Benieuwd zijn naar je vak, je ambacht verdiepen en verbreden, geïnteresseerd zijn in wat er in mensen en klanten leeft, goed zijn voor anderen en daardoor voor jezelf. We moeten op school, in gezinnen en in ons hoofd verhalen over hiërarchische ambitie vervangen door verhalen over inhoudelijke ambitie: nieuwsgierigheid, je laten verrassen, op zoek gaan. Zo bouw je een geslaagd leven dat niet gaat over anderen overwinnen, maar misschien wel jezelf overwinnen.

Glenn van den Burg (host): Jeetje mina, ik ben weggeblazen. Is je inhoudelijke ambitie niet om een secte te beginnen?

Jeroen Buscher (managementdenker/columnist): De dominee zit diep in mij, dat geef ik toe.

Glenn van den Burg (host): Je hebt jezelf overtroffen. Tot nu toe je beste column. En het mooie: je had eigenlijk iets anders voorbereid. Ik ga dit aan de keukentafel met mijn kinderen bespreken. Prachtig. In de studio knikt iedereen mee. We hebben een nieuwe toevoeging aan onze Topacademie: inhoudelijke ambitie.

Jeroen Buscher (managementdenker/columnist): Zinvol leven en nog onsterfelijk ook, en dat in vijf minuten.

Glenn van den Burg (host): Dankjewel Jeroen. Volgende week spreken we je weer bij People Power Change.

Glenn van den Burg (host): Met in de studio Mira Groeneveld van Learn to Work, Ron Broeders van Ferrofix en Annette van Waning van Vebego. We praten over de Topacademie waar mbo's en praktijkscholen samen met bedrijven talent opleiden, vooral binnen het bedrijf. Docenten komen naar de bedrijven toe. De vraag is: wat kun jij leren van de ervaringen van Ferrofix en Vebego? Mira, stel dat ik wil beginnen met een Topacademie. Waar begin ik?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Bij ons. Vaak zie je dat bedrijven zelf proberen met onderwijs in gesprek te gaan en projecten op te zetten, maar dat is zelden succesvol door die verschillende werelden. Wij nemen een onafhankelijke positie in, zoeken het gezamenlijke belang en blijven daarop wijzen. Het proces vraagt veel van alle partijen en kent hobbels. Zoek dus goede procesbegeleiding, liefst onafhankelijk.

Glenn van den Burg (host): Het voortraject duurt negen maanden. Is er een minimum qua omvang?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Twee leerlingen is te weinig; dan moet je individuele stages doen. We kijken wat mogelijk is. Niet elk bedrijf kan ineens twintig leerlingen plaatsen. We werken met planningen en groepen. Meestal 10 tot 16 leerlingen per Topacademie. Bij Ferrofix praten we over 33 leerlingen in totaal, maar maximaal zo'n 10 à 11 tegelijk op de vloer, met theorie en oefenruimte daarnaast.

Glenn van den Burg (host): Ron, wat heb jij geleerd in drie jaar? Waar moet een ondernemer aan denken?

Ron Broeders (Ferrofix, mede-oprichter/ondernemer): Begin met werk. Heb je structurele behoefte waar jongeren naartoe kunnen doorstromen? Maatschappelijke waarde telt ook, zeker als je overheden als klant hebt. In aanbestedingen is social return belangrijk. Als je met de doelgroep werkt, kun je meerwaarde aantonen. Je ziet echt een trend: niet alleen laagste prijs telt, maar ook maatschappelijke bijdrage.

Intern moet je helder zijn over doelen, targets zetten (hoeveel stromen door naar dienst of opleiding) en je medewerkers goed meenemen. Eerste jaar is strubbelend: hoe zit het met verzekering, machines, minimumleeftijden? Doorzetten, leren; na drie jaar gaat elk stapje makkelijker.

Glenn van den Burg (host): Annette, wat kun jij meegeven?

Annette van Waning (Vebego/Hago Zorg): We hebben de Erasmus Topacademie en zetten nu samen met Vebego PPA (publiek-privaat allianties met SW-bedrijven) twee nieuwe Topacademies op. Alles wat Mira noemt komen we nu tegen. We willen verjongen, betere instroom. Het is niet makkelijk: je moet bedrijven motiveren. Prettig is dat Mira als onafhankelijke partij gesprekken voert, voordelen en hobbels benoemt en de verbinding met onderwijs legt.

We dachten: we kiezen twee bedrijven die al ver zijn. Maar juist die voorsprong kan remmend zijn omdat bestaande samenwerkingen met scholen omgebouwd moeten worden. Misschien kiezen we toch voor twee andere bedrijven met een groen grasveld. Dat is het mooie: samen ontwikkelen, echt onderwijsinnovatie. Je maakt maatschappelijke impact: jongeren met een mooie baan, trotse ouders, geen kaartenbak maar meedoen.

Glenn van den Burg (host): Mira, afsluitend: wat is je ambitie met de Topacademies?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Dat elke leerling op dit niveau de kans krijgt om mee te doen in een Topacademie, als die dat wil.

Glenn van den Burg (host): Heb je een idee hoeveel leerlingen dat zijn?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Nu lopen er 220 leerlingen in Rotterdam bij een Topacademie. We hebben 14 Topacademies in Rotterdam en starten in andere gemeenten. Aantallen landelijk weet ik niet.

Glenn van den Burg (host): Dan zijn we nog even bezig. Heb je vooral bedrijven nodig of onderwijs?

Mira Groeneveld (Learn to Work): Eigenlijk onderwijs. Bedrijven staan vaak open. Het onderwijs moet je over de streep trekken, met hulp van gemeenten. In Rotterdam en Den Haag zijn de gemeenten onze opdrachtgevers. Zij zien de onderwijsinnovatie en het belang voor dit type onderwijs.

Glenn van den Burg (host): Er komt een nieuwe minister van Onderwijs, eigenlijk twee. Een van de twee gaat hierover. Daar sturen we een linkje naar deze uitzending heen. Ik heb bijzonder genoten van het afgelopen uur. Mira Groeneveld (Learn to Work), Ron Broeders van Ferrofix en Annette van Waning van Vebego, fijn dat jullie er waren. Volgende week zijn we er weer met People Power Change met Jeroen Buscher, en de allereerste aflevering van Leading People Power met Arie Starre als mijn co-host. Blijf luisteren naar Nieuw Business Radio en volgende week weer naar People Power, maandag om drie uur.