Voice-over (Jingle): Hoe geef je richting aan verandering? Hoe maak je impact met visie, leiderschap en innovatie? Je hoort het op het podcastkanaal New Business Radio. Listen Today, Lead Tomorrow. Hier vind je al onze programma's voor businessshapers. Met gesprekken met leiders, ondernemers en vernieuwers die hun organisatie klaarmaken voor de volgende sprong. Check je favoriete podcastplatform en abonneer je op New Business Radio. Listen Today, Lead Tomorrow.
Glenn van der Burg (Presentator): Gerke de Boer is onze gast en we hebben het over de ouderenzorg. Want die is bezig aan een grote verandering om cliëntgericht te gaan werken, zodat onze ouderen op een waardige manier verzorgd worden. En professionals, niet onbelangrijk, trots zijn op hun bijdrage daaraan. Het komende half jaar maken we een reeks van zes programma's over de mensgerichte veranderingen in de ouderenzorg. Vorig jaar gingen we al in gesprek met veranderaars van Topaz en Archipel Zorggroep. Vandaag is Gerke de Boer te gast. Hij werkt al een leven lang in de zorg. Eerst als verpleegkundige, dus hij weet echt hoe het werk in elkaar zit, en al jaren als docent bij- en nascholing van verpleegkundigen. Hij schreef vijf boeken over de ouderenzorg. In deze aflevering van People Power gaan we met hem in gesprek over zijn visie op de ouderenzorg en de rol van professionals erin. En wat bijzonder leuk is, is dat Jolanda Stil mijn co-host is in deze serie. Ik ken haar als voormalig hoofdredacteur van P+ en van diverse vakbladen in de zorg. Ze gaat mij helpen om het programma nog mooier te maken. Wat wil je nog meer? Gerke de Boer is de gast. We hebben het over de ouderenzorg. Daar praten we met z’n allen veel over en helaas is dat vaak in het nieuws als er weer iets mis is. Gerke, eerste vraag: wat is ouderenzorg eigenlijk?
Gerke de Boer (Verpleegkundige, docent, auteur ouderenzorg): Dat is zorg voor ouderen en die zitten overal: ziekenhuizen, thuis, familie, verpleeghuizen, verzorgingshuizen. Officieel zou je kunnen zeggen: mensen in de derde of laatste levensfase. Vroeger was je stokoud als je 65 was en verhuisde je naar een verzorgingshuis met één kamertje en een bed. Dat is niet meer zo. Tegenwoordig zijn mensen van 80 of 90 in veel gevallen fitter dan mensen van 65 of 70 vijftig jaar geleden. Ouderzorg gaat pas spelen als er echt wat aan de hand is, als het thema zorg erbij komt. Verreweg de meeste kwetsbare ouderen wonen thuis en leven daar vaak een goed leven, geholpen door thuiszorg, GGZ of wijkverpleegkundigen. Een relatief klein deel wordt zo kwetsbaar dat ze naar een verpleeghuis moeten, vaak omdat de mantelzorg het thuis niet meer volhoudt. Het gaat dan bijna altijd om mensen met dementie. Ze worden niet opgenomen omdat ze zo dement zijn, maar omdat de familie het niet meer aankan. De verblijfsduur in verpleeghuizen is veranderd. Een paar jaar geleden gemiddeld twee jaar, nu zo’n elf maanden. Mensen gaan vaak te laat, ze zijn dan door alle reserves heen en gedecompenseerd. Ik ben voor zo lang mogelijk thuis, maar vooral voor zo goed mogelijk thuis. Dat is wat anders dan zo lang mogelijk.
Glenn van der Burg (Presentator): Elf maanden, maar ook twee jaar is echt de laatste fase van je leven. Je zou bijna zeggen: je gaat naar het verpleeghuis om te sterven.
Gerke de Boer (Verpleegkundige, docent, auteur ouderenzorg): Dat is ook zo. Mensen laten huis en haard achter. De laatste keer door de klerenkast, de garagebak met gereedschap, de tuin. Vaak gaat dat op aandringen van een wanhopige familie. In die laatste fase spelen verpleegkundigen, verzorgenden en helpenden een belangrijke rol. We zien een beweging naar de cliënt centraal in plaats van het systeem. Maar ik kom nog vaak plekken waar de organisatie, werkschema’s en het aanbod centraal staan. Dat moet anders. We zitten vast in een succesformule van veertig, vijftig jaar: het vertrouwde medisch model. Wij hulpverleners bedenken wat het beste is voor meneer Jansen. Dat hoeft niet het idee van meneer Jansen te zijn van een goed leven. Voorbeeld: een oude boer uit Friesland, jaren in Zweden gewoond. Leefde op boterhammen met warme jus, rookte een pakje zware shag per dag, dronk een halve liter jenever per dag. Hij voelde zich er prima bij. In het verpleeghuis werd hem met warmte en professionaliteit verteld dat dit niet gezond was, onderbouwd door diëtist en arts. Maar hij woonde daardoor beroerd. Nog een voorbeeld: een mevrouw die erg klein en fors was, op Koningsdag was er een eierkoek met slagroom en ik moest uitleggen dat een geschild appeltje ook lekker was. Ze voelde zich niet thuis, terwijl op papier staat dat we emotiegerichte, persoonsgerichte zorg leveren. De intentie is goed, maar het is lastig omdat we in de gezondheidszorg werken. Gezondheid en zorg zijn twee verschillende dingen. Echte zorg voor iemand die twintig jaar lang een pakje shag rookt of een halve liter jenever drinkt, is dat je dat voor hem regelt. Dat staat haaks op gezondheid. Wat in opvoeding en publieke gezondheid goed is, is niet per se goed voor verpleeghuisbewoners. Professionals redeneren vaak zoals in ziekenhuizen of GGD. Niet om te jennen, maar zo zitten we er al decennia in. Het vergt moed om eruit te komen. En je komt altijd in gewetensnood. Ik vond het zelf zwaar om iemand veertig sigaretten per dag aan te reiken, terwijl ik zag hoe benauwd hij werd. Maar weigeren veroorzaakt een andere, misschien grotere moeilijkheid. De vraag is: voor welke moeilijkheden kies je en waar doe je het voor?
Glenn van der Burg (Presentator): We bellen met Dineke Smit, directeur van woonzorgboerderij Reigershoeve in Heemskerk. Volgens Gerke een mooi voorbeeld waar het gaat zoals het zou moeten.
Gerke de Boer (Verpleegkundige, docent, auteur ouderenzorg): Op Reigershoeve hebben ze een heldere visie op wonen voor mensen met dementie, niet alleen op verplegen. Met elkaar, ook de collega’s op de woongroepen, brengen ze die visie elke dag in praktijk. Consequent en consistent, ondanks de lastige problemen die bij dementie horen. Het woont daar echt anders.
Dineke Smit (Directeur, Woonzorgboerderij Reigershoeve Heemskerk): Je ziet een aantal gebouwen die uitkomen op een groot stuk land met dieren en een grote moestuin met vrijwilligers. Open en warm. We zitten in agrarisch gebied, de Bollenstreek. Nieuwbouw, maar kleinschalig en huiselijk, geen verpleeghuisflat. Onze visie: mensen met dementie zijn in de eerste plaats mensen, met behoeftes zoals erbij horen, bezig zijn, je nuttig voelen, warmte en liefde. De ziekte haalt die behoeftes niet weg, maar maakt dat je ze zelf minder goed kunt vervullen. Daar heb je je omgeving voor nodig. Wij richten ons op wat elke persoon nodig heeft om zich prettig te voelen, en hoe we dat doen. Wij kwamen niet uit de zorg en waren dus niet “besmet” met alle regels. Met boerenwijsheid kijken we: wat kan er? Veel meer dan we denken. Niet focussen op risico’s, maar op mogelijkheden. Dat vraagt vooral vaak ja zeggen en niet op voorhand nee. Voorbeeld: naar buiten gaan. Veel organisaties zeggen: mensen met dementie mogen niet alleen naar buiten. Wij beginnen bij de persoon: kan het voor deze persoon nog wel? Pas als blijkt dat het niet kan, zeggen we: dan niet zonder meer. Je kijkt naar het individu. Eten en drinken: we hadden een mevrouw die thuis alleen nog maar saucijzenbroodjes en taart at. Dat geef je hier ook, zeker in het begin. Verhuizen is al moeilijk genoeg. Je doet alles om die overgang zo prettig mogelijk te maken. Voor medewerkers vraagt het loslaten. Iemand kan bij ons de tuin in lopen, ook alleen. Dat geeft in het begin paniek. Maar als je ziet hoe goed het doet en dat mensen echt gaan leven, ervaar je opluchting. Veel collega’s vinden hier terug waarom ze de zorg in zijn gegaan: goede verzorging, persoonlijke aandacht, vrijheid. Velen waren afgeknapt in het reguliere verpleeghuis. Hoe krijgen we mensen uit het oude ritme? We selecteren op visie in het sollicitatiegesprek, scholen gericht op de visie en geven elkaar steeds het goede voorbeeld. We houden de visie constant levend: in elk overleg en op de werkvloer vragen we “is dit zoals thuis?” “Zeggen we ja tegen de wensen van bewoners?” We lopen zelf rond, betrekken behandelaars, psychologen en geriaters en bespreken voortdurend de dilemma’s van zorg en wonen bij dementie. We willen klein blijven; dat is onze kracht.
Glenn van der Burg (Presentator): Dank je wel, Dineke Smit van woonzorgboerderij Reigershoeve in Heemskerk.
Glenn van der Burg (Presentator, Column): Gelukkig nieuwjaar. Wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Professor Martin Seligman, aanvoerder van de positieve psychologie, onderscheidt drie vormen van geluk en dat helpt bij de vraag wat we elkaar wensen. 1) Het plezierige leven: streven naar positieve emoties door lekker eten, goede seks, een nieuwe auto, zon op je huid, wind door de bomen. Nadeel: geluksmomenten ebben weg (hedonistic adaptation). Mindfulness helpt om meer van deze momenten op te merken. 2) Het betrokken leven: doen wat je leuk vindt, waar je goed in bent en elke dag beter in wil worden. Je komt in flow: één worden met wat je doet, zonder besef van tijd. In flow ben je emotieloos; wie zegt “ik zit lekker in de flow” is er net uit. Flow vindt vaker plaats op het werk dan privé en is de meest productieve staat van zijn. Organisaties zouden flow moeten faciliteren. 3) Het betekenisvolle leven: bijdragen aan iets groter dan jezelf, zoals geloof, duurzaamheid, zorg voor ouderen, ontwikkeling van jongeren. Niet elke dag leuk, maar het geeft duurzaam geluk. Bij People Power werken wij aan mensgerichte organisaties voor betere prestaties en gelukkige mensen. We genieten mindful van wat we doen, gebruiken onze talenten en leren elke dag, en dragen hopelijk bij aan een betere wereld. We wensen je een jaar met gelukkig werk in alle drie de vormen. En als je iemand een gelukkig nieuwjaar wenst, vertel er gerust bij welke vorm(en) jij diegene toewenst.
People Power Jingle: Peoplepower. Inspirerende gesprekken over de kracht van mensen in organisaties. Met Glenn van der Burg.
Glenn van der Burg (Presentator): We praten met Gerke de Boer over de ouderenzorg. Er wordt gelukkig op veel plekken veranderd, maar nog te weinig. Nu praktisch: stel, ik ben manager of bestuurder en ik wil het anders doen. Hoe pak ik het aan?
Gerke de Boer (Verpleegkundige, docent, auteur ouderenzorg): Bepaal eerst heel duidelijk wat je wilt. Zet het op papier en laat aan iedereen zien: hier sta ik voor, deze kant wil ik op, helpen jullie mee? Dan kiezen op elkaar en volhouden, vier à vijf jaar. Het klinkt simpel, maar dit is de route. Belangrijker nog dan implementeren van nieuw beleid is afschaffen van oud beleid. We vergeten vaak te “de-implementeren”. Wat moet weg? Taakverpleging die draait op lijstjes, schema’s en routes. Het is lekker als iedereen om kwart over negen uit bed is, om half elf koffie heeft en om half tien in bed ligt; dat geeft de professional feedback “ik zit op schema”. Maar dan staat jouw schema centraal, niet het leven van bewoners. Daarvan afkomen vergt moed, overleg en vooral een consequente, heldere visie van leiding en bestuur, zodat medewerkers zich gedekt, geïnspireerd en gesteund voelen, feedback krijgen en complimenten als het goed gaat. Veel collega’s werken al lang in de zorg en zijn gehecht aan vertrouwde werkwijzen. Afwijken voelt eng. Je vraagt ze om te doen wat past bij de cliënt: de één om zes uur eruit, de ander om elf uur. Dat staat niet altijd op papier, maar het moet wel leidend zijn. Een voorbeeld: een kleinkind van zes komt met zelfgebakken muffins. Volgens “de regels” zou dat niet mogen. Ik vind: zeg “wat lief, kom binnen”. En ja, er komen altijd conflicten: met familie, met collega’s of met regels. De vraag is: vanuit welke beleidslijn los je het op? Die lijn moet het bestuur bieden: in dit soort situaties doen we dit. Op Reigershoeve weet iedereen wat de directeur zal ondersteunen. Wees ook realistisch: ik heb mensen doodziek zien worden van vlees dat familie meenam voor een barbecue. Kwetsbare mensen met 39,2 koorts, braken, diarree. Dus naast dapperheid heb je gezond verstand nodig. Rol van familie: dementie is een systeemziekte. Het hele systeem zucht mee. Betrek dat systeem actief. Niet familie “uitnodigen bij ónze bespreking”, maar zeggen: als jullie een bewonersbespreking willen, zeg maar wat er moet gebeuren en wie erbij moet zijn, wij schuiven aan. Dat voelt als regie uit handen geven, maar onder de streep blijft veel hetzelfde: vaak zegt familie “organiseren jullie het maar”, maar dan is het hún keuze. Familie maakt het zwaar: in een dementieproces van tien tot twaalf jaar beloven kinderen vaak “je hoeft nooit naar het verpleeghuis”. Als het dan toch moet, is het verdriet groot. Als er dan ook nog iets misgaat, zoals voedselvergiftiging, worden ze terecht razend. Des te meer reden om het verpleeghuis naar de familie toe te brengen en te vragen: wat kunnen we voor jullie doen?
Jolanda Stil (Co-host, zorgjournalist): Helder gemaakt wat die laatste jaren van je leven inhouden, hoe we dan zorgen en wat belangrijk is. Mooie voorbeelden die laten zien wat het betekent als je echt de bewoner centraal zet.
Glenn van der Burg (Presentator): Dank je wel, Gerke de Boer. Jolanda, dank voor je eerste co-hostschap. Volgende week is waarschijnlijk Cindy Meervis, Directeur HR van Royal HaskoningDHV, bij ons. In het tweede uur zoeken we betekenisvol werk, met Annette van Waning en professor Rick van Baren. Volgende week maandag 15.00 uur People Power.