Jingle-stem (Station voice): Hoe geef je richting aan verandering? Hoe maak je impact met visie, leiderschap en innovatie? Je hoort het op het podcastkanaal New Business Radio. Listen Today, Lead Tomorrow. Hier vind je al onze programma's voor businessshapers. Met gesprekken met leiders, ondernemers en vernieuwers die hun organisatie klaarmaken voor de volgende sprong. Check je favoriete podcastplatform en abonneer je op New Business Radio. Listen Today, Lead Tomorrow. Let's talk business. Met nu Peoplepower met Glenn van der Burg. Peoplepower is een programma over de kracht van mensen in organisaties. Met interviews en laatste inzichten voor betere prestaties en gelukkige mensen.
Glenn van der Burg (Host): Deze week gaat Glenn van der Burg in gesprek met... Ja, normaal gaan we in Leading People Power, tenminste gaat Harry Starren, in gesprek met mensen die koers bepalen. Wat staat ons te wachten? En wat is er al aan het gebeuren? We gaan op zoek naar mensen die voorop lopen. Wat drijft hen? Waarom doen ze wat ze doen? En wat valt er van hen te leren? Maar vandaag doen we het net weer even anders. Want Harry is zelf te gast. En wij vragen hem, wij, Pieter Jan de Bree en ik, het hemd van het lijf. Wil je op de hoogte blijven van de nieuwste afleveringen van Peoplepower? Meld je dan aan via WhatsApp. Sla ons nummer op in je contactpersonen 06 45 66 75 48 en stuur ons een berichtje met je naam en ‘podcast aan’. Dan sturen we je de nieuwste afleveringen zodra ze online staan. Wij zijn heel blij dat je luistert naar Peoplepower. En Pieter Jan de Bree en Harry Starren is onze gast. Wat een leuke... Hoe toeval leidt tot leuke ideeën, Harry.
Harry Starren (Gast): Ja, ik weet wel hoe het is ontstaan. Dus ik wou het niet te zeer uit te wijden. Een planningsfoutje. Maar wij hebben hier lang van tevoren over nagedacht. Het werkt in mijn voordeel uit. Zo probeer ik het maar te interpreteren. Dat ik een geluksvogel ben. Het helpt overigens wel. Ik denk altijd dat ik een zondagskind ben. Maar een vriendin van vroeger zei tegen mij: een zondagskind? Je ouders van vroeger overleden, dit is gebeurd, dat is gebeurd. Je hebt daar bijna niet aan genomen. Maar mijn geheugen is heel selectief en ik ben heel blij met dat geheugen. Je hebt een positief geheugen. Je slaat vooral dingen op die je leuk vindt. Een goed geheugen is vooral een geheugen dat de goede dingen onthoudt. Dus ben ik een blij ei? Ja, ik heb een neiging tot het vertekenen van de gebeurtenissen in mijn voordeel. Als we dan even naar de gelukstheorie kijken: de helft van jouw invloed op jouw geluk is goed geregeld, want dat zit in je genen. Ik heb die neiging wel. Ik weet nog dat ik zei: ik ben nog nooit ergens afgewezen. En toen noemde iemand zo vijf of zes dingen waar ik voor afgewezen was. Dat was ik echt vergeten. Dus ik dacht dat ik nog nooit ergens was afgewezen. Ik heb een slecht geheugen voor afwijzingen. Werk ik daaraan of zit dat er gewoon in? Mijn vermoeden is dat ik er ook niet zo ontzettend aan gehecht ben. Het is misschien ook wel terug te voeren. Ik doe vol overtuiging wat ik doe, maar ik ben er ook niet zo ontzettend van onder de indruk en bij betrokken. Ik ben mijn hele leven bezig met organiseren, maar ik vind organisaties eigenlijk een beetje belachelijk gedoe. Dus ik ben vrij onthecht, zal ik maar zeggen.
Glenn van der Burg (Host): Er zit een rare spanning in. Je doet wat je doet met overtuiging en liefde en intensiteit, maar aan de andere kant: ach, ook vrij onthecht?
Harry Starren (Gast): Een bestuurslid van de Baak toen ik daar vertrok had me geobserveerd tijdens het afscheid en zei: ik heb je geen moment ontroerd of geëmotioneerd gezien. En ik denk: ja, dat is ook eigenlijk wel zo. Ik kan enorm ontroerd raken door wat anderen overkomt en bij films ga ik huilen. Maar bij mijn persoonlijke belevenissen ben ik vrij onthecht. Wat mij zelf overkomt, ja, dat is wat je gebeurt. Ik vind het vervelender als ik het bij een ander zie. Dan schieten de tranen in mijn ogen.
Glenn van der Burg (Host): Is het een zelfgekozen onthechting, Harry?
Harry Starren (Gast): Ik zat op het gymnasium, zo’n jongen die kan doorleren en niet kan sporten. Gek genoeg heet dat dan gymnasium. Daar was ik geïnteresseerd in de Stoïcijnen, ik schreef een scriptie over de Stoa. Dat ging over dat je als het ontzettend mee zit niet te veel onder de indruk moet zijn en als het tegen zit ook niet, maar meer kijkend: het is wat het is. Je zet je wel in, maar je moet je beperkingen kennen, waar je over gaat. Dat geldt voor verdriet, maar ook voor applaus of blijheid. Er werd me wel eens gevraagd, in een periode dat ik in de sfeer van goeroe werkte: hoe voelt dat nou? Ik heb geen idee hoe dat voelt. Het is wat het is. Amusant, maar ik ben er nooit echt van onder de indruk geraakt. Hoe noem ik mezelf? Ik doe wat zich aandient. Ik streef niet, ik loop niet achter dingen aan. Geen bordje meer. Ik doe wat me gevraagd wordt, ga uit van het feit dat mensen daar wel een beeld bij hebben. Ze vragen je niet voor dingen waarvan zij denken dat je het niet kunt. De enige vraag is: wil ik dat doen? Wat meer ontvangend in het leven staan, niet najagend. Mijn stijl bij schaken is niet erg verheffend. Ik ben vooral bezig met niet verliezen. Ik verlies van mijn zoon, want die wil winnen. Daar heb ik niet zoveel mee. Bij de Baak kon ik heel slecht tegen verlies. Ik wil niet dat het fout gaat. Ik wil mijn woorden nakomen. Daar ben ik agressief in. Maar streven naar 36 miljoen omzet? Die kwam er, maar niet omdat ik dat nastreefde. Ik wilde het gewoon graag goed doen en ik kon slecht tegen slecht.
Glenn van der Burg (Host): Voor wie wilde je het dan goed doen?
Harry Starren (Gast): Voor mezelf, om te kijken of ik dat kan. Ik ben het aangegaan, dan ga ik het ook doen. Dan wil ik er wat van maken. Ik vond het ook wel aardig om te kijken of ik het kon. Ik heb mezelf verwonderd dat ik manager werd. Er werd vaak gezegd: jij bent natuurlijk geen manager. Dan denk ik: nou, dan is het al twintig jaar toeval. Daar doen ze je mee tekort. Ik denk dat er iets achter zit met betekenis. Zij hebben dat beeld daar niet bij en ik vind dat een compliment. In het begin stonden mensen naast me en vroegen: wat doet u hier? Dan zei ik: ik ben directeur. Oh, sorry! Dan dacht ik: nou, dan doe ik het niet verkeerd. Ze hadden een beeld bij directeur waar ik niet aan beantwoordde. Misschien ben ik geleidelijk aan meer op de rol gaan lijken. Ik werk bij VNO-NCW, Eckart Wintzen zei wel eens: vinden ze het goed dat haar... We waren een beetje van dezelfde school. Ik merkte dat ze het niet zo serieus namen wat ik deed, maar dan hoorde ik: kennelijk gaat het wel heel goed. Die vorige zag er netjes uit, maar verloor elk jaar geld. En deze jongen heeft, durf ik te zeggen, eigenlijk nog nooit verlies gemaakt. Als je terugkijkt op de Baak: van 6 naar 36 miljoen omzet. Ben ik er trots op? Ja, maar het is meer een ontdekking. Toen ik er het minst mee bezig was, ging het het beste. Als je niet te veel met geld bezig bent, maar met: hoe maken we er een feest van, hoe zorgen we dat mensen gelukkig zijn, leren, het prettig vinden, geïnspireerd raken — dan komt dat geld min of meer vanzelf. Alles werkt verslavend. Dan wil je jaar op jaar beter. De onschuld verdwijnt. Terwijl het helpt als je een beetje onschuldig acteert. Niet te nadrukkelijk, niet te berekenend. Ik gun mensen die niet al te berekenend zijn het meest. Wat is mijn bronhouder? Ik ben niet zo doelgericht, omdat ik doelgerichtheid niet het hoogste niveau van mensheid vind. Wat dan wel? Door de stad banjeren en om je heen kijken vind ik topniveau. Dan neem je waar en ben je nergens op uit. Ik hou van kunst, omdat het nergens toe dient. Daar zijn we op ons best. Ik ben voortdurend in paradoxen. De uitspraak van F. Scott Fitzgerald: the test of a first-rate intelligence is the ability to think two opposed ideas at the same time and still retain the ability to function. Je moet aansturen en er met je vingers vanaf blijven. Allebei waar. Bij de Baak was het gebaseerd op wilsvorming van mensen zelf. Er waren meer mensen dan we konden betalen; normaal definieer je dat als probleem. We zeiden: de mensen die hun eigen geld verdienen, blijven doen wat ze doen. En we maken een groepje dat bij elkaar gaat zitten en zich laat sturen door wat ze graag willen doen. Doe dat dan maar. Normaal: focus. Hier: geen focus. Doe wat bijdraagt. Door te ontspannen krijgen mensen plezier. Als je spanning verhoogt — het gaat zo niet langer — werkt dat averechts. We hebben al verloren. We kunnen alleen nog maar winnen. De meest vormende periode? Studietijd. Een leermeester, Kastelein, was voor resultaatsverantwoordelijke eenheden; mensen autonomie teruggeven, eigen koers laten bepalen. Dat maakte indruk. En mijn vader bij Philips: er werd niet uitgehaald wat hij kon. Hij bouwde een volière, een kas met cactussen. Ambachtschool, fabrieksarbeider. In de fabriek: “Je hebt niks te willen.” “Denken doe je maar thuis.” Je legt je vrijheid bij de poort, gaat naar binnen, laat je afkopen voor een gering bedrag, volgt andermans zin. In kennisintensieve omgevingen wil je juist dat mensen hun eigen zin doen en daar ook nog voor betaald worden. Paradoxaal als je ouderwets denkt. Je krijgt betaald omdat het leven geen pretje is — ik vind: je krijgt betaald omdat het leven een pretje is. Ik werd goed betaald en mijn leven was een pretje. Bestuursleden keken wel eens: die heeft er zoveel plezier in, dat kan niet goed zijn. Ze dachten nog een half jaar: we kunnen wel zonder zo’n man, die loopt alleen maar feest te vieren. Dat mag zo lijken. Ik werkte niet hard, ik werkte lang: van zeven tot half elf, dag in dag uit met dat ene ding bezig. Ze betaalden goed, maar hadden er eigenlijk drie man voor. Organisaties als verdrietmachines: je legt je vrijheid bij de poort. Ik had enorme vrijheid en was de best betaalde. Grootste kamer en ik was er nooit. Dat vonden ze normaal. De secretaresse had een hokje. Mijn kamer huge. Logisch, want ik was er zelden. Paradoxen. Uiteindelijk heb ik gezegd: die kamer is voor ons allemaal, je reserveert hem. Eén ding wel: het secretariaat heeft recht op vierkante meters en ruimte, want die zijn er altijd. Voor hen is het de plek waar ze zich gelukkig moeten voelen. Ik kon overal zijn en me gelukkiger voelen dan bij de Baak. Waar baal ik van? Mijn discipline is niet indrukwekkend. Talent wordt gedefinieerd door onvermogen. Mijn associatieve geest is een talent, maar ik heb niet veel afgezien. Zes half afgemaakte boeken. Opdrachten aan mezelf neem ik niet serieus. Wat ik heb geschreven is omdat iemand anders iets van me verwachtte. Dat vind ik kinderachtig van mezelf. Discipline is niet mijn kracht. Het zorgde wel voor improviseren en snelheid van denken, omdat ik me nooit voorbereid heb. Ik schrijf nooit iets op; daardoor blijft je geest actief. Maar de achterkant is evident. Als ik het opschrijf, raak ik het kwijt. Kan ik er prima mee leven? Ik hoef de strijd niet meer aan. Het is hoe het is. Het is ook een beetje laat voor straf. En de straf is er altijd: het feit zelf is de straf. Je hebt dingen niet bereikt die je had kunnen bereiken. Uiteindelijk betaal je overal netjes de prijs, ook voor je minder goede kanten. Je hoeft jezelf niet te straffen, dat is bijna altijd al gebeurd.
Jingle-stem (Station voice): Peoplepower, inspirerende gesprekken over de kracht van mensen in organisaties. Met Glenn van der Burg.
Glenn van der Burg (Host): En Pieter Jan de Bree. En Harry Starren is vandaag onze gast. Normaal ben je gewend dat Harry het interview doet bij Leading Peoplepower. Vandaag is hij zelf het onderwerp. Wij stellen vragen en hij heeft antwoorden. Gaat je best goed af, Harry. Ik zat te wachten op het moment dat je toch weer in de vragende vorm ging zitten, maar dat is nog niet gebeurd. Je zit al een tijdje in het vak: ontwikkeling van mensen, organisaties, leiderschap. Je was directeur van de Baak, schreef Think Like a Manager, Don’t Act Like One, dagvoorzitter bij eindeloos veel congressen. Hoe kijk jij terug op dat vak van ontwikkeling en leiderschap, al die modellen en hypes? Wat valt er te leren?
Harry Starren (Gast): Ik hou me vast aan Norbert Elias: we gaan van Fremdzwang naar Selbstzwang. Van door anderen opgelegde normen en gedrag naar door onszelf gedefinieerde dwang. We worden goed in onszelf aansturen, vaak in relatie tot anderen. Steeds meer mensen zeggen: ik zou dit doen als ik er niet voor betaald werd. Het is een internalisering, niet zonder gevaar, van de normen en waarden waaraan we ons verbinden. Het gevaar is dat het een geraffineerde manier van buitensturing kan zijn. Bijvoorbeeld als wij aandringen op passie — dat betekent ook lijden — kan dat een manier zijn om je in te zetten voor het systeem, voor de vreemde verdeling van geld en goederen, die onrechtvaardig is. De nieuwe bazen zeggen: je bent een kunstenaar van je eigen leven. Ondertussen werk je ver over de acht uur, de lonen stijgen niet echt. Systemisch zitten er mensen te lachen vanuit bepaalde posities. John de Mol lacht af en toe om al die mensen die het op passie doen tegen een geringe vergoeding, kijkend naar wat hij eraan overhoudt. We zijn de maatschappelijke kritiek kwijtgeraakt, de kritiek op het kapitalisme. Velen willen zo niet denken. Ik denk nog steeds een beetje zo.
Glenn van der Burg (Host): Ik moet denken aan generatie Y: burn-out op jonge leeftijd, zelfdwang. Je kan alles, je mag alles. Als je niks van je leven maakt, is het je eigen schuld.
Harry Starren (Gast): En een zelfbeeld creëren waarin het allerhoogste haalbaar is, waarin je mislukt bent als je geen roem of veel geld hebt. Als je geen startup bent, ben je een loser. We hebben ons laten wijsmaken dat geluk alleen voor de top vijf is. Als ik overdag naar de film ga en dat zeg, zie ik dat degenen nog in het systeem een beetje jaloers kijken — met alle reden. Wie heeft zich laten wijsmaken dat je overdag altijd keihard moet werken? Ik hoorde daarbij. Ik wil weer zonder agenda door de stad lopen. Dan vergeet ik wel eens een afspraak — daar komen prachtige dingen uit. De maakbaarheid van geluk is onze grote boze ontdekking. Autonomie zoals we die vereren buit de ander uit: je bent de maker van je leven. We ruilen vrijheid vaak voor geld. Ik had ooit een baan kunnen krijgen bij de Rabo, 400.000 gulden. Ik kon die baan alleen maar definiëren vanuit de vrijheid die die zou geven: vier jaar werken voor vier jaar vrijheid. Dat is een gekke ruil. Moet ik echt altijd naar Utrecht? Daar gaan we wel van uit. Dat gebouw is geen pretje om elke dag naar binnen te gaan. Het bedrag was te laag voor het offer. Welke vraag vergeten we te stellen? Ken je eigen geluk. Iemand belde zijn vriendin: het is acht uur, ik sta op de Magere Brug en kijk over de Amstel, dat doe ik al vijf minuten. Fantastisch, dat ga ik vaker doen. Dat zegt het. Hij had een auto met chauffeur, en nu liep hij vanaf de Stopera. Zo mooi. Vakantie wordt gedefinieerd door werk. Pauzes bij congressen zijn het beste onderdeel — dankzij de sprekers. Als iemand zegt “de pauzes waren het beste”, doe dan een programma dat alleen pauzes is. Kennelijk lukt ons dat niet. Als mensen werkloos worden zeg ik: waarom word je niet ondernemer? Als ondernemer ben je ook werkloos, maar je hebt er geen last van. Als een ander je geen opdracht geeft, geef hem dan aan jezelf. “Ja, maar dan krijg ik er geen geld voor.” Dat was daarvoor ook al zo. Je straft jezelf dubbel: geen geld en ook niks te doen. Een boete krijgen en dan ook nog boos worden is twee keer straf. Ik neem die boete blij aan, bedank die man. Hij helpt me deelnemen aan het verkeer. We moeten voorkomen dat we onszelf twee keer straffen. We zitten vreemd in elkaar. Ik weet niet hoe het moet. Ik houd voor de microfoon ook de schijn op. Je denkt ook wel eens: wat heb ik er nou van gemaakt? Ik kan mijn leven schetsen als successtory, maar met dezelfde feiten ook als van mislukking naar mislukking. Ik keek naar het parkeerterrein bij de Baak: daar stonden veel auto’s groter dan de mijne. En ik ging dan uitleggen hoe ze het moesten aanpakken. Altijd anderen uitleggen hoe ze het moeten doen — wat ik nu ook weer doe. Wat heb ik er werkelijk zelf van gemaakt? Een lange, bestendige verhouding? Een langdurig huwelijk? Heb ik dat allemaal voor elkaar? Je kunt vergelijken met wie je wilt. Aan de bovenkant kennen mijn vrienden die meer verdienen; draai ik me om naar waar ik vandaan kom, ben ik een van de best verdienenden. Waar wil ik naar kijken? Waar ben ik trots op? Dat ik mijn autonomie heb bewaard. Ik ben directeur geworden omdat ik niet wilde dat iemand anders het was — dat iemand anders over mij zou gaan. Veel van dat directeur zijn komt daaruit voort. Het is misschien minder leuk dat je over anderen wil gaan. Met welk recht? Dat vind ik geen leuke eigenschap, maar ik heb hem wel. Daar heb ik mijn brood mee verdiend. Je moet het met wat hebben.
Glenn van der Burg (Host): Zelfs al zou je mensen niet veel nieuws vertellen, door de manier waarop je het vertelt en de vragen die je eromheen stelt, help je mensen. Je bent verliefd op de taal.
Harry Starren (Gast): Ik hou van poëzie, literatuur. Je kan het anders zeggen. Ik heb een schoonheidsgevoel zoals een architect zegt: die muur kan beter. Dat heb ik met taal. Dat is ook een verleiding: badderen, overdrijven. Maar als je de vorm verandert, verander je de inhoud. Als mensen mij niet serieus nemen? Dan moet je naar een ander podium. Zoek de context die je waardeert, anders straf je jezelf. Mensen zoeken waardering op plekken waar ze die niet krijgen, terwijl ze één deur verder op het schild zouden worden getild. Verander van context. Ik doe me wel eens voor alsof men het niet zo serieus moet nemen, maar als het niet serieus genomen wordt, vind ik dat niet prettig. Dan geef ik mezelf de schuld: ik moet van context veranderen, of ik vertel het verkeerd, of ik hoor het verkeerd. De wereld is rijk: draai je om en zoek een ander podium. Waar ga ik niet meer heen? In Nice heb je de Nederlandse club. Prachtige club, maar niet mijn milieu. Ik blijf dan kort. Zakelijk ben ik niet zo op CEO’s van grote bedrijven. Dat is niet mijn milieu, ik voel me er minder prettig. Misschien voel ik me minderwaardig — arbeiderskind. Het is geen ontzag, maar ik verlang niet naar een huis met oprijlaan of een grote auto. Waar ik jaloers op ben: iemand die om het jaar een boek schrijft. Daar heb ik respect voor. Een CEO is in mijn beeld een oprijlaan met een grote auto die er te weinig staat, een huis waar je nooit komt. Ik mis daar verbinding en het confronteert me misschien met mijn onvermogen om dat zelf te doen.
Jingle-stem (Station voice): Meer luisteren? people-power.nl
Glenn van der Burg (Host): Met Pieter Jan de Bree, fijne co-host en collega.
Pieter Jan de Bree (Co-host): Joehoe!
Glenn van der Burg (Host): Hij was er niet geweest vandaag, hij geeft geluid. En Harry Starren is onze gast. We hebben gekeken wie Harry is en naar zijn vak. Nu naar de toekomst. Harry, wat hoop je dat er gaat gebeuren?
Harry Starren (Gast): Dat we in het reine komen met onze verslavingen. Wij verslijten voor voorspoed, maar veel van die voorspoed baat bij het verslaafd maken. In de gamingindustrie staat in recensies: addictive game. We willen mensen verslaven aan voedsel, spullen. En als ze echt verslaafd zijn, noemen we ze losers. Als wij slagen in wat we ambiëren — mensen kunnen niet zonder deze auto — en ze gaan failliet aan een BMW, thuis niet te eten maar wel die auto, dan zeggen we loser. De samenleving lijkt een samenzwering om ons te verslaven en tegelijkertijd een test om jezelf te blijven en maat te houden. Twee signalen: geef je over, en hou maat. Degene die volledig meedoen noemen we losers. Dat fascineert me. Volgende fase van autonomie: de systeemkanten van die autonomie inzien. De kritiek op hoe het systeem werkt serieuzer nemen. Ik heb bijgedragen aan het individualiseren van verantwoordelijkheid: je bent zelf verantwoordelijk. Bevrijdend én beklemmend. We hebben elkaar nodig. Het gaat ook om hoe we als gemeenschap inrichten. Willen we dat water, energie, transport geprivatiseerd zijn en ieder voor zich? Ik zie mensen die het OV niet kunnen betalen, kinderen niet naar voetbal. Ik hou van een samenleving waarin muzieklessen gratis zijn, voetbal gratis is — daar dokken we met elkaar voor. Niemand hoeft dakloos te zijn. Ik slaap slechter anders. Niet omdat ik een goed mens ben, maar omdat wij een samenleving verdienen waarin we verantwoordelijkheid nemen voor het grotere geheel. De autonomiedefinitie die de ander buitensluit eindigt in eenzaamheid. Dat is een treurig perspectief en ik zie het als dreiging. Ik hoop dat mensen vaker zeggen: hoe jij het hebt, is voor mij bijna net zo belangrijk. Als jij mijn broer was, zou ik niet prettig slapen als jij niet eet. Kunnen we elkaars broer zijn? Ik wil dat jij voldoende hebt, anders heb ik aan te veel nog te weinig.
Glenn van der Burg (Host): Helemaal eens. Zeker bij werk: autonomie is niet zaligmakend, veel mensen verzuipen daarin. Je moet ook verbonden zijn. Het is en-en.
Harry Starren (Gast): Broeder is broeder. Je vermogen ontwikkelen om van iemand te houden die je niet kent. We doen net alsof je alleen van iemand kunt houden als je die kent. Het toppunt van mens zijn is dat je iemand niet eens hoeft te kennen om er toch van te houden. We zorgen goed voor onze directe kring. Nu is het: eerst voor jezelf zorgen en dan pas voor een ander. Terwijl mensen die goed voor anderen zorgen daar het meeste baat bij hebben, de hoogste levenskwaliteit genereren. Bij het inpakken van een cadeautje heb je eigenlijk al een deel van dat cadeautje terug. Je bent aan het inpakken en je denkt: dit is zo leuk. Je bent blij dat je aan het goede hebt gedacht. Dan heb je de opdracht al bijna gegeven. Wie ambitieus is hierin? Ik nodig wel eens mensen uit voor rondvaarten. Dan denk ik: die doet veel voor anderen. Het barst ervan. Het ligt aan hoe je kijkt. De uitnuttingsorganisaties — Facebooks, Googles — zijn gebaseerd op rendementen. Zodra Warren Buffett gaat kopen, weet je: daar is de marge, de onttrekking aan arbeid het grootst. Het kapitaal is het nog nooit zo goed gegaan, de factor arbeid is te weinig beloond. Aan de onderkant schandelijk. Aan de bovenkant evident schandelijk, maar minder belangrijk. Dat aan de onderkant mensen niet voldoende hebben vind ik veel belangrijker dan of sommigen teveel hebben. Maak je druk over mensen die geld nodig hebben, niet over wie teveel heeft.
Glenn van der Burg (Host): Wat een feest. We moeten er een strik omheen doen, want het uur is voorbij. Dankjewel, Harry.
Harry Starren (Gast): Graag, dankjewel. Ik vond het bijzonder fijn dat jij totaal vergeten was een gast te regelen. Geweldig. Ik hou van dit soort dingen: er ontstaat iets wat je moet oplossen, dan komt er een oplossing, dan bedenk je iets nieuws en het is nog leuk ook. Misschien wel leuker dan de gast die je had meegenomen. We weten toch niet wie het is, dus we kunnen hem best de schuld geven. Dankjewel. Fijn dat ik hier was.
Glenn van der Burg (Host): Pieter Jan, dankjewel. Leuk om samen te doen. Ik hoop dat het leuk was om naar te luisteren. Ik denk het wel, want ik heb lol gehad. En mocht het niet zo zijn: te laat. Als je dit hoort, ben je al te laat. Wij zijn er volgende week weer met People Power. Volgende week komt Jaap Jongejan. Hij is directeur van SBI Formaat, houdt zich bezig met het opleiden en trainen van ondernemingsraden, in Doorn. Dat was vroeger een van je concurrenten, een fijne collega. Hij is ook betrokken bij EES, een netwerk van werkgevers die bij elkaar komen om de arbeidsmarkt fluïder te maken en te zorgen dat mensen van werk naar werk kunnen gaan. We praten met hem in onze reeks over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. En we hebben volgende week ook een aflevering van HR Creates People Power. Fijn dat je luisterde. Als je er wat van vond — stom of juist heel leuk — horen we het graag. Volgende week om drie uur, People Power. Doei!
Jingle-stem (Station voice): People Power met Glenn van der Burg. Meer luisteren? people-power.nl