Transcript

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): People Power is een programma over de kracht van mensen in organisaties. Met interviews en laatste inzichten voor betere prestaties en gelukkige mensen. Deze week ga ik in gesprek met Bert Beun van Deltion College, Mariëlle Visbeen van ROC TOP en Frank Bosboom van Sioo. Het Nederlandse mbo is verantwoordelijk voor het opleiden van ruim 60% van de beroepsbevolking. De arbeidsmarkt verandert snel en de politiek stelt steeds nieuwe eisen aan het onderwijs. Hoe leid je mensen op voor beroepen die er over een paar jaar anders uitzien of nog niet bestaan? Welke rol moet het mbo spelen in de omscholing van de bestaande beroepsbevolking? Eén ding is zeker: om voldoende kwaliteit te leveren moet er steeds meer worden samengewerkt. We gaan in gesprek met Bert Beun, oprichter van het Kwaliteitsnetwerk MBO en bestuursvoorzitter bij Deltion College in Zwolle, met Mariëlle Visbeen, lid van het College van Bestuur van ROC TOP in Amsterdam, en met Frank Bosboom, docent en programmamanager bij Sioo. Fijn dat je luistert naar People Power. Met Bert Beun, Mariëlle Visbeen en Frank Bosboom in de studio. Fijn dat jullie er zijn. Mariëlle, ik wil bij jou beginnen, want het was dit weekend Internationale Vrouwendag. Je bent van ROC TOP. Kun jij de dynamiek voor een ROC schetsen? Waar hebben jullie mee te maken? Waar loop je tegenaan?

Mariëlle Visbeen (Lid College van Bestuur, ROC TOP): Wij zijn een school die studenten opleidt in Amsterdam. Dat zijn vaak jongeren die een behoorlijke bagage meenemen. We hebben te maken met de bedrijven waarvoor we opleiden en met veel maatschappelijke vraagstukken die bij onze studenten binnenkomen. Het beeld is vaak: je leidt op, aan het einde is iemand afgestudeerd. In werkelijkheid komt er veel meer bij kijken. Er wordt bijvoorbeeld van ons verwacht dat we schuldenproblematiek helpen oplossen. Er zijn jongeren met een niet‑ideale thuissituatie. Dat vraagt veel van onze docenten. Het is niet alleen lesgeven; de pedagogische kant is heel belangrijk en ook de zorgstructuur in onze school. Dat gaat over het begeleiden van studenten, ze helpen naar school te komen. Denk aan jongeren die zonder ontbijt naar school komen. Een docent zei laatst op Radio 1: soms komen ze makkelijker aan een wapen dan aan een stage.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Bert, hoe is dat bij jou? We doen vaak alsof alle ROC’s hetzelfde zijn, maar dat is vast niet zo.

Bert Beun (Bestuursvoorzitter Deltion College; oprichter Kwaliteitsnetwerk MBO): Ik herken veel. Tegelijk wil ik benadrukken dat we 17.000 mbo‑studenten hebben die aan hun carrière werken, gemotiveerd om de toekomst van Nederland zeker te stellen in werk. De hulpstructuren die nodig zijn om iemand mee te laten doen en te laten excelleren worden belangrijker. Daarom is het cruciaal dat docenten in teams opereren. We verwachten ook dat we in een veranderende markt een leven lang leren. Dat zijn veranderingen waar docenten en instellingen aan moeten wennen. Veranderen is niet nieuw, maar de snelheid ligt hoger en de verwachtingen om maatschappelijke problemen op te lossen zijn toegenomen. De samenleving is complexer, we verwachten steeds meer en sneller. Op school zie je dat terug. Als docent gaat het om kennis overbrengen en studenten tot leren aanzetten. Daarvoor heb je goede interactie met het bedrijfsleven nodig. Een vak van tien jaar geleden is nu vaak totaal anders door digitalisering. Teams moeten bijblijven en studenten moeten begrijpen: je bent niet klaar als je van school afkomt, leren gaat een leven lang door.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Mariëlle, zijn jullie van ‘een vak leren’ verschoven naar ‘mensen helpen hun leven op te bouwen’?

Mariëlle Visbeen (Lid College van Bestuur, ROC TOP): Je stoomt jongeren klaar voor hun toekomst, en die is tegenwoordig echt leven lang leren. Een voorbeeld: een student uit onze studentenraad kwam niet makkelijk binnen, maar met bevlogen docenten en goede ondersteuning kreeg zij niet alleen een eerste, maar ook een tweede kans. Ze stroomde uit met een diploma niveau 4 en kwam recent terug om te vertellen waar ze terechtgekomen is. Dat zijn de mooie resultaten van het mbo.

Bert Beun (Bestuursvoorzitter Deltion College; oprichter Kwaliteitsnetwerk MBO): En er is ook trots. Afgelopen weekend waren de Skills-wedstrijden: vakmanschap, van bloembinden tot bakkerij, horeca, bouw. In totaal deden in de voorrondes zo’n vijftienduizend studenten mee om excellentie te laten zien, in nauwe verbinding met het bedrijfsleven. Dat motiveert docententeams enorm, ook onder tijdsdruk en met rendementseisen. De sector heeft lage uitval en brengt veel mensen naar het diploma. De grote opgave is het besef vasthouden dat ontwikkeling een leven lang doorgaat.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Sommigen zeggen dat werk op mbo‑niveau verdwijnt. Volgens mij verdwijnt vooral administratief werk, maar de behoefte aan timmermensen, elektriciens, horecaprofessionals en zorgmedewerkers is enorm. Jullie leiden op voor veel verschillende vakgebieden en niveaus. Wat vraagt dat van de organisatie, Bert?

Bert Beun (Bestuursvoorzitter Deltion College; oprichter Kwaliteitsnetwerk MBO): Goede aansluiting met het bedrijfsleven, met voorliggend en vervolgonderwijs, en met gemeenten. De basis is gedreven teams met kennis van zorg tot excellentie, van pedagogisch‑didactisch goed onderwijs tot verantwoord examineren, allemaal in afstemming met het bedrijfsleven. Dat bouwt saamhorigheid in teams. Als bestuurder is het belangrijk rust te creëren. Rust is geen stilstand, maar doorontwikkeling mogelijk maken, ondanks incidenten en politieke aandacht. Leg echte verbeterpunten op de juiste tafel. In het verleden ging het bijvoorbeeld over borging van examinering en stagebegeleiding. Als je dat neerlegt en faciliteert, kom je bij de passie van docenten: jongeren op een positie brengen waar ze zichzelf redden.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Dat vraagt iets van leiderschap. Mariëlle?

Mariëlle Visbeen (Lid College van Bestuur, ROC TOP): Het begint bij de teams, en het topteam (CvB, onderwijsmanagers, managers staven en diensten, campusdirecteuren) moet voorbeeldgedrag tonen. We zijn zelf in een leiderschapstraject gestapt: wat is onze stip op de horizon en wat is nodig om teams te faciliteren? Hoe komen teams in positie voor onderwijsvernieuwing en verbinding met het werkveld? Het gaat ook over persoonlijk leiderschap: het begint bij jezelf.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Bert, hoe creëren jullie beweging bij teams?

Bert Beun (Bestuursvoorzitter Deltion College; oprichter Kwaliteitsnetwerk MBO): We hebben zestig onderwijsteams. We geven handvatten, brengen teams met elkaar in contact, want van elkaar leren werkt het best. We moeten dat voorbeeld geven. In het Kwaliteitsnetwerk MBO sparren bestuurders: niet ‘bij mij gaat alles goed’, maar ‘met deze dilemma’s zit ik, hoe is dat bij jullie?’. Dat leren van elkaar is wat we van teams vragen en wat we als bestuurders doen.

Frank Bosboom (Docent en programmamanager, Sioo): De vraag kwam bij Sioo binnen omdat bestuurders, onder wie Bert, zeiden: hier willen we mee aan de slag, kunnen jullie helpen? We zijn met acht, negen bestuurders gestart en hebben samen uitgepuzzeld hoe je met elkaar kunt leren. Niet eenvoudig, ze hebben veel aan hun hoofd, het is superrelevant. In zo’n veranderlijke context ontwerp je geen dichtgetimmerd programma, maar een leeromgeving. In de eerste bijeenkomst legden we het open op tafel: als dit de realiteit is, hoe doen we dit slim? Thema’s die altijd terugkomen zijn: hoe geef je indirect leiding aan veel teams, waar het echt gebeurt in de interactie docent‑student? En: sturen in onzekerheid, werken met scenario’s. We ontwerpen steeds samen, kort op de bal.

Bert Beun (Bestuursvoorzitter Deltion College; oprichter Kwaliteitsnetwerk MBO): Onze eerste ‘teleurstelling’ was dat Sioo met een leeg vel kwam. We dachten: we gaan zitten, krijgen een programma en een diploma. In plaats daarvan: hoe diep wil je gaan, welke casussen neem je mee, durf je te zeggen wat niet lukt? Die kwetsbaarheid is nodig. Je vraagt het van teams, dus moet je het zelf ook laten zien. Vertrouwen ontstaat omdat je elkaar leert kennen, omdat wat je deelt daar blijft, en omdat je een jaar met elkaar optrekt.

Frank Bosboom (Docent en programmamanager, Sioo): We bouwen vertrouwen door aan te sluiten bij wat hen drijft: hart voor studenten en beter onderwijs. In de eerste sessie vroegen we: waarom doe je dit werk, wat wil jij leren? Wij als programmaleiding zijn daar ook open in: we weten het niet allemaal. Naast plenaire bijeenkomsten hadden we ‘leerbijeenkomsten’ in kleinere groepen, voor het intieme gesprek. Daar kun je je ziel en zaligheid op tafel leggen.

Mariëlle Visbeen (Lid College van Bestuur, ROC TOP): We kregen vooraf huiswerk: schrijf je eigen verandervisie op de opgave waar je voor staat en deel die. Je merkt snel: iedereen werkt aan een vergelijkbare opgave. In de intervisiegroep spraken we af bij elkaar op bezoek te gaan, zodat je beeld en geluid krijgt bij elkaars context. Kwetsbaar durven zijn is essentieel. Ik besluit bij zo’n traject: wat je erin stopt, komt eruit. De meesten gaan snel ‘aan’, ook door goede begeleiding.

Frank Bosboom (Docent en programmamanager, Sioo): En als iemand minder open wil zijn, respecteer je dat. Het is een vrijplaats: eindelijk een plek waar je het even niet hoeft te weten.

Aukje Nauta (Hoogleraar Universiteit Leiden; Columnist People Power): Stel, je deelt als jonge wetenschapper een kamer met een gelauwerde collega die toegeeft dat hij dertien proefpersonen uit zijn dataset gooide om zijn hypothese te bevestigen. Wat doe je dan? Ik hoorde nare verhalen van promovendi over een bevriende hoogleraar F die data stal en zonder co‑auteurs publiceerde. Op een congres in Chicago vertelde een promovendus huilend weer zo’n verhaal. Toen F mij appte om af te spreken, appte ik in een opwelling terug: nee, het gaat niet meer gebeuren. Ik wil niet langer bevriend zijn met een abusive leader. Daarna hoorde ik niets meer. Deze en andere situaties kwamen boven door de theatervoorstelling Mindlab over wetenschappelijke integriteit en de gesprekken die te weinig worden gevoerd. Na afloop gingen bezoekers in het Mindlab Café in gesprek over wat nodig is voor een veilig werkklimaat. Open en eerlijke gesprekken zijn niet makkelijk. Hoe spreek je iemand hoger in rang aan die onethisch handelt? Hoe voorkom je dat je iets onhandig appt dat nul effect heeft? En toch: als je voelt dat iets oneerlijk is, is het beter iets onhandig te zeggen dan niets te zeggen. Je hoeft niet meteen de schoonheidsprijs te winnen; blijf leren. Een veilig werkklimaat creëren is al pratend vallen en opstaan.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Dank je wel, Aukje. Inderdaad, Mindlab is een indrukwekkende interventie; ik maakte eerder een aflevering met de makers en de politie. Terug naar onze gasten. Frank, tijdens de uitzending bedenk ik de titel. Ik heb opgeschreven: “Een vrijplaats waar je het even niet hoeft te weten.” Wanneer is zo’n leergang klaar? Je moet ook een keer stoppen.

Frank Bosboom (Docent en programmamanager, Sioo): De laatste bijeenkomst, drie uur, vragen we deelnemers: wat willen jullie je netwerk vertellen? Ze nodigen relevante mensen uit en vertellen wat ze geleerd hebben. In de leergang van Bert ging het onder meer over kwaliteit; bij Mariëlle veel over scenario’s en tegelijk vernieuwen en de winkel openhouden. We werken kortcyclisch: per bijeenkomst stemmen we met drie contactpersonen het onderwerp, werkvorm en sprekers af. Je hebt vaak drie tot vier weken; dat vraagt creativiteit, maar mensen komen graag voor deze groep.

Bert Beun (Bestuursvoorzitter Deltion College; oprichter Kwaliteitsnetwerk MBO): Mijn narratief: geconfronteerd worden met ongemak. Ik heb snel een antwoord; nu creëer ik bewust het moment van doorvragen en anderen het antwoord laten brengen. In onderwijs is ‘linksaf’ vaak eerst de vraag ‘wat is links?’. Je geeft indirect leiding: wij beïnvloeden teams die teams beïnvloeden. Je wilt dat teams zich spiegelen: waar ben ik mee bezig, hoe verander ik lerend? Als bestuurder bepaal je de koers met input uit de organisatie, maar je geeft ruimte voor de manier waarop die gehaald wordt. Teams weten waar ze kunnen scoren. Dat betekent soms op je tong bijten. Je blijft scherp door mensen uit te nodigen bij de slotbijeenkomst en een veilig klimaat te creëren waarin ze je spiegelen. We introduceerden ‘baanbrekers’: mensen met wilde ideeën die je laat uitwerken. In het begin zie je er misschien niets in, later blijkt het een driver voor verandering.

Mariëlle Visbeen (Lid College van Bestuur, ROC TOP): Bij ROC TOP liepen mijn leergang en ons traject ‘TOP in beweging’ parallel. Onze stip: vier thematische campussen in Amsterdam en het opleidingsaanbod clusteren. We hebben dat lerend vormgegeven: wie wil meedenken en een rol spelen, wie houdt de winkel goed draaiend? Beide zijn belangrijk, misschien is het goed laten doorgaan van onderwijs wel het belangrijkst. Tegelijkertijd ruimte bieden voor co‑creatie met het werkveld en onderwijsvernieuwing. Dat gaf een impuls aan digitalisering. Geef experimenteerruimte en durf ook te stoppen met wat niet werkt. Een experiment dat ‘niet gelukt’ is, levert óók waardevolle uitkomst op.

Frank Bosboom (Docent en programmamanager, Sioo): Als collega‑bestuurders dit willen: de leergang staat op de website van het Kwaliteitsnetwerk MBO en via Sioo kun je ons benaderen. We starten met kleine groepen; er is altijd plek.

Glenn van der Burg (Host People Power, New Business Radio): Dank jullie wel en veel succes met jullie mooie werk. In de volgende aflevering is Jolanda Sapelli te gast, directeur HR van a.s.r., in onze reeks HR Creates People Power. Hoe zorgt zij dat het beste van mensen tot zijn recht komt binnen a.s.r.? Dat hoor je zo.