Transcript

Glenn van der Burg (Host): Hoe geef je richting aan verandering? Hoe maak je impact met visie, leiderschap en innovatie? Je hoort het op het podcastkanaal New Business Radio. Listen Today, Lead Tomorrow. Hier vind je al onze programma's voor businessshapers. Met gesprekken met leiders, ondernemers en vernieuwers die hun organisatie klaarmaken voor de volgende sprong. Check je favoriete podcastplatform en abonneer je op New Business Radio. Listen Today, Lead Tomorrow. People Power, met Glenn van der Burg. Mensen zijn ons belangrijkste kapitaal. Onze mensen maken het verschil. En zelfs People First, Customers Second. Je hoort ze vaak bij CEO's van bedrijven. Maar hoe staat het met de toewijding van de Nederlandse bedrijven aan het welzijn van hun medewerkers? Is er voldoende aandacht voor medewerkers in de andere rollen in hun leven? Kunnen ze zelfstandig hun werk indelen? Kunnen medewerkers zich ontwikkelen in werk en carrière? En hebben collega's oog voor elkaar? Universiteit Utrecht en Universiteit Maastricht vroegen zich af hoe het ervoor staat in hun onderzoek. Agape, de mens als motor van de onderneming. Ik ga in gesprek met Thomas Martens. Hij is impactmanager van Universiteit Utrecht. Anne van der Put, promovendus bij Universiteit Utrecht. En Harry Hummels, hoogleraar ethiek, organisaties en samenleving aan de Maastricht University. Fijn dat je luistert naar People Power.

Glenn van der Burg (Host): Zo, welkom allemaal. Anne en Thomas in de studio. En Harry, hij zit volgens mij gewoon lekker in... Waar zit je eigenlijk?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Ver weg. Ik zit in Nijmegen.

Glenn van der Burg (Host): Oh, Nijmegen. Dat valt nog mee. Dat is nog niet zo ver als Maastricht. Harry, eerst maar eens even naar het woord waarvan ik nog nooit gehoord had. Agape, als ik het goed uitspreek. Wat betekent dat eigenlijk?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Je kunt het op meerdere manieren uitspreken, Ken. Het is een oud-Grieks woord. Officieel zou je het uit moeten spreken als agape, maar laten we niet moeilijk doen. Laten we het gewoon uitspreken als agape. En dat staat voor één van de vier vormen van liefde bij de oude Grieken. Naast eros, wat we natuurlijk allemaal kennen, de levensdrift, filia, de vriendschap, hebben de Grieken ook een begrip stargheid, dat is betrokkenheid, de liefde voor je naaste, je partner, je kinderen, etcetera. En dan hebben we nog agape. En agape is de liefde die je hebt voor de ander die je niet noodzakelijkerwijs kent. En dat kennen we natuurlijk allemaal. Als iemand eens een keer een beroep op je doet, je buurman of iets verder weg, je kijkt even naar de zoveelste ramp op tv en er komt een gyronummer en je voelt je aangesproken omdat er toch wel heel veel ellende voorbij komt. Of dat nou in de hoorn van Afrika is, of dat nou in Jemen is, dat maakt niet zo heel veel uit. Dan voelen we een verbondenheid met die mensen ver weg. De ander staat dan centraal. En het belang en het welzijn van die ander. En daar gaat agape over. We vertalen het dan ook als het commitment aan het welzijn en de bloei van de ander of het andere. Maar waarom hebben we dat eigenlijk? Evolutionair heeft dat nut gehad, want anders zouden we dat niet hebben. Zeg ik maar even simpel.

Glenn van der Burg (Host): Ja, daar heb je compleet gelijk in. Ik bedoel, het wordt toch wel een hele levensloze bende als we met z'n allen niet enigszins betrokken zijn op elkaar en oog hebben voor elkaars noden.

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Ja, ja. En dus hebben we empathie voor mensen die we niet kennen, die ellende hebben of juist heel succesvol zijn. Volgens mij gaat het aan de positieve kant. Volgens mij ook zo. Kunnen wij meeleven met anderen?

Glenn van der Burg (Host): Ja, zonder meer.

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Alleen het gaat, als ik zo vrij mag zijn, net even iets verder dan empathie. Empathie is dat ik me in jou verplaats, etcetera. Dat is hartstikke mooi. Agape, zeggen wij met zoveel woorden, gaat net een streepje verder, doordat het het commitment uitdrukt van mij, of van jou, of van een bedrijf, aan het welzijn van de ander. Dus dat gaat wat verder. Dan zeg je met zoveel woorden van ik ben gecommiteerd aan jouw welzijn. Ik ga daar ook iets voor doen. Ik voel me medeverantwoordelijk.

Glenn van der Burg (Host): Ja, zo zou je het kunnen zeggen. Ja, is dat dan een beetje het verschil? Dus als ik empathie voel, dan denk ik wat rot voor je. En bij agape denk ik wat rot voor je. Ik ga je helpen. Plat gezegd, prima.

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Ja, ik probeer het altijd voor mezelf een beetje begrijpelijk te maken.

Glenn van der Burg (Host): Even voor mijn beeld, want we hebben drie mensen in de studio, waarvan één virtueel. Hoe hebben jullie samengewerkt aan dit onderzoek? Want dan weet ik ook een beetje aan wie ik in welke hoek moet plaatsen. Anna, zou ik bij jou beginnen?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Ja, dat is goed. Nou, eigenlijk het begon vooral bij Thomas en Harry. Die hebben contact met elkaar gelegd. En toen zochten ze iemand die kon helpen met het verzamelen en het analyseren van de data. En toen zijn ze bij mij uitgekomen.

Glenn van der Burg (Host): Oké, dus jij hebt het werk gedaan eigenlijk?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Eigenlijk wel, ja. Klopt.

Glenn van der Burg (Host): Oké, dat snap ik. Thomas, wat is jouw rol in het onderzoek?

Thomas Martens (Impact Manager, Universiteit Utrecht): Ik ben het helemaal met Anne eens. En we zijn natuurlijk niet zomaar bij Anne uitgekomen. Nee. Ik heb veel met Anne samengewerkt en dat is een hele logische keuze geweest. Maar zoals Anne zegt, het begon bij een telefoongesprek samen met Harry. Hij belde me op met de vraag of ik deze dataverzameling, want dat is wat veel onderzoek natuurlijk in de basis is, dat begint met een grote dataverzameling, of ik dat wilde doen. En ik zei ja, maar besef je dat corona nu tegenwoordig een ding is en stel je eens voor dat organisaties misschien met iets anders bezig zijn. Wat vind je daar dan van? Maar gelukkig was Harry enthousiast genoeg om te zeggen, we gaan het gewoon proberen en we hopen op het beste. En zo gezegd, zo gedaan.

Glenn van der Burg (Host): Oké. En Harry, het onderzoek is dus ontsproten vanuit jouw brein. Waarom moest dit onderzoek er te komen? Wat was de aanleiding het vonkje wat het vuur heeft doen te ontbranden?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Nou, dat gaat heel even een paar jaar terug. Het gaat zelfs eigenlijk decennia terug, want ik doe dit onderzoek samen met de Goldsmedink Foundation. De Goldsmedink Foundation is opgericht door Frits Goldsmedink, de oprichter van Randstad. En Frits die heeft bij de ontwikkeling van Randstad een aantal uitgangspunten geformuleerd over waar zijn organisatie aan zou moeten voldoen. Frits is groot geworden bij de WU en kreeg naast zijn economiestudie ook een behoorlijke dosis theologie mee. En in die context, Glenn, moet je dat begrip ook plaatsen. Daar komt het vandaan. En een paar jaar geleden wilde de Goldsmithing Foundation met dat begrip agape aan de slag. En die hebben mij gevraagd van, goh, ja, dat is mooi zo'n begrip, maar het is nogal een theoretisch en abstract begrip. Kun je daar nou handen en voeten aan geven? Vervolgens ben ik inderdaad in 2018, 2019 daarmee aan de slag gegaan. Daar hebben we een eerste witboek geschreven, in de ogen van de ander. En vervolgens vond de Kortsmetting Foundation dat hartstikke interessant, maar dat ging over een paar bedrijven. Toen zeiden ze van, nou ja, kunnen we nou ook een studie doen onder een brede laag van de Nederlandse bedrijven, commerciële bedrijven, en dan wel op een zodanige manier dat we echt een representatieve steekproef krijgen van bedrijven met meer dan honderd mensen. Vervolgens leek mij dat een buitengewoon goed idee, maar ik werk graag samen met anderen die veel kennis en expertise hebben, ook op dit terrein. En dan kom je bij een aantal universiteiten uit en die hebben we gevraagd van, zijn jullie bereid en vinden jullie het leuk om daaraan mee te doen? En daar hebben we een aantal positieve reacties op gehad, waaronder van Thomas. En Thomas kwam gewoon met zijn voorstel het beste uit de bus.

Glenn van der Burg (Host): Ja, en dan hebben we de eerste vraag was agape. Wat is dat specifiek? Geeft daar handen en voeten aan? Ik neem aan dat je dat ook hebt moeten doen voor dit onderzoek. Dus hoe bepaal je dan welke vragen je stelt, zodat je erachter komt of dit fenomeen nou leeft in de Nederlandse bedrijven of niet?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Ja, dat is een hele terechte vraag. Ik moet je in alle eerlijkheid ook zeggen dat dat een hele plezierige samenwerking was met Thomas en met Anne. Want het concept dat kun je dan wel verder uitwerken en dat had ik in dat witboek gedaan en dan gaat het erover het verbinden van mensen, het luisteren naar de ander. En uiteindelijk het ondernemen van actie, het handelen op basis van wat je hoort, wat die andere aan behoefte en belangen inbrengt. Nou dat is allemaal heel mooi en aardig gezegd, maar hoe kun je dat nou heel concreet maken? Daar hebben we met elkaar naar gekeken. Ik bedoel, ik ben al wat langer met dit thema zelf bezig, dus ik had zelf ook wel wat ideeën over hoe we dat konden operationaliseren. Maar vervolgens hebben we dat gedrieën en er zaten ook nog aan de kant van Utrecht een aantal anderen bij die even goed meegedacht hebben. En zo zijn we met elkaar gekomen tot een aantal dimensies.

Glenn van der Burg (Host): Ja, nou je voelt hem al aankomen hè?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Ja, welke die mensen zijn. Ja, inderdaad. Nou ja, als ik het even plat en snel wil opzommen, dan komt erop neer van, nou ja, werknemers kunnen zich scholen en ontwikkelen. Dat is heel belangrijk, persoonlijk, voor jij. Werknemers hebben oog voor elkaar, dat is dat relationele. De wensen en behoeften van werknemers staan centraal. Dus het is niet alleen maar de mensen als instrument om de organisatiedoelstellingen te realiseren. Nee, jij staat ook centraal als mensen. Het werk biedt een inhoudelijke uitdaging. Niet alleen maar plat gewoon je taken verrichten en elke dag hetzelfde. Nee, er moet een uitdaging in zitten. Onderling contact tussen werknemers wordt gestimuleerd. Vervolgens, de onderneming biedt werknemers zekerheid omtrent hun baan. Gewoon even heel plat, je moet wel verzekerd zijn van een behoorlijk salaris. En zeker in coronatijden, we gaan het er straks zeker nog over hebben, is dat belangrijk. En last but not least, werknemers kunnen zelf bepalen hoe ze hun werk organiseren. En zeker in coronatijden is dat heel erg belangrijk gebleken. Sterk nog, we zijn erachter gekomen dat ze dat ook prima kunnen. Zeker, maar dat wisten we eigenlijk al. Een heleboel werkgevers wisten dat nog niet.

Glenn van der Burg (Host): Wat wel interessant is, er staan een aantal dingen in dat ik denk die komen zo vaak langs, maar zeker de behoeften van de werknemers staan centraal. Even los van wat het oplevert, want vaak hoor je dat natuurlijk wel zeggen. Maar dan is het toch omdat engagement leidt tot, of omdat werkgeluk leidt tot. En dus er is altijd wel een omdat. En dan komen we toch weer erop uit dat het leidt tot minder kosten, meer omzet, hogere productiviteit. Nou, dat soort, zeg maar, meer de harde kant die weer wat cijfers oplevert. Hoe onderzoek je precies dit stuk daarvan? Hoe kom je daarachter of dat zo is? Dat lijkt me heel ingewikkeld. Thomas?

Thomas Martens (Impact Manager, Universiteit Utrecht): Daar hebben we gelukkig Anne voor.

Glenn van der Burg (Host): Oh, daar hebben we Anne voor. Oké. Anne, hoe komen we daarachter?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Nou ja, we kunnen natuurlijk gewoon vragen. Dat hebben we ook gedaan. Maar je vraagt natuurlijk aan een werkgever. Ja, tuurlijk staan de behoeften van mijn werknemers centraal. Dat vinden we superbelangrijk. Maar daarom hebben we het ook aan de ondernemingsraad gevraagd. Een beetje met het idee van, die vertegenwoordigen wat meer het perspectief van de werknemer. En die zeggen ook wel dat het... Wel iets minder dan de werkgever overigens. Dus daar zie je inderdaad wel dat verschil. Maar zij zeggen over het algemeen ook wel dat er nog wel steeds aandacht is voor de wens en de behoeften van de werknemers.

Glenn van der Burg (Host): Ja, ik ben zo natuurlijk ten eerste heel erg geïnteresseerd in wat er dan uitkomt. Wat zijn nou de resultaten? Hoe doen we het eigenlijk als Nederland? Ik vind het ook wel spannend. Ik heb het gevoel dat het steeds beter gaat, maar misschien is dat wel helemaal niet zo. Dus dat hoor je zo. Wat er uit het onderzoek komt. Experts en wetenschappers over de kracht van mensen in organisaties. Peoplepower.

Glenn van der Burg (Host): In de studio Thomas Martens, Anne van der Put van de Universiteit Utrecht en professor Harry Hummels op afstand, maar toch dichtbij van de Maastricht University. Hoe doen we het? Dat is eigenlijk de allerbelangrijkste vraag. Hebben we nog heel veel te doen? Is het één grote tot doffe ellende. Heeft corona geholpen? Heeft het niet geholpen? Laten we maar eens even naar het rapportcijfer gaan. Ik kijk Anne gewoon indringend aan, want jij moest dat allemaal doen en verwerken en uitvragen. Ja, dat klopt. Kan er een rapportcijfer uitkomen überhaupt? Dat is natuurlijk veel te plat voor wetenschappelijk onderzoek, of niet?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Nou, we hebben dat toch geprobeerd, want Harry noemde net al de verschillende dimensies die we hebben meegenomen in het onderzoek. En in eerste instantie hebben we gewoon eens gekeken van, is er überhaupt samenhang tussen deze dimensies? Vormen ze ook echt wel, nou ja, wat wij agape noemen? En dat bleek gelukkig zo te zijn, dus dat was heel mooi. En dan kan je natuurlijk uitdrukken in de rapportcijfer. Dan kan je kijken van, hoe scoren organisaties op al die items? En kunnen we dat omrekenen tot een mooi cijfertje? En dat is gelukt. En wat is het geworden? Het is een 8 geworden.

Glenn van der Burg (Host): Een 8? Ja. Wauw. Dat is een hartstikke mooi cijfer. Ja, waren we zelf ook wel een beetje verrast over. Vonden we ook wel hoog, maar ook natuurlijk wel mooi om te zien. Ja. Ja, het grootste deel scoorde gewoon ruim voldoende. En zit daar nou, want dat is dan vervolgens interessant, en acht is hartstikke mooi, hebben we dan heel veel tienen en zessen? Of zit het allemaal best wel dicht bij elkaar?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Nee, het zit echt best wel dicht bij elkaar. Allemaal wel rond de acht. Dus het is niet dat er een aantal bedrijven zijn waar het heel goed gaat en een aantal waar het heel slecht gaat. In ieder geval de bedrijven in ons onderzoek gaat het eigenlijk overal wel goed. En nou heb je natuurlijk bedrijven gevraagd. Goh, we gaan een onderzoek doen en wil je daar aan meedoen? Ik kan me voorstellen als jij als bedrijf je medewerkers enorm aan het uitbuiten bent en je maakt je geen donder uit, dan doe je niet mee met het onderzoek.

Glenn van der Burg (Host): Nee, dat klopt.

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Het is in die zin natuurlijk wel. We kregen ook best wel veel mailtjes van mensen. Ja, vanwege corona ligt onze prioriteit nu gewoon ergens anders. Maar ja, we hebben toch ook gekeken van de bedrijven die we hebben meegenomen. Want we hebben natuurlijk alle Nederlandse commerciële bedrijven met meer dan 100 werknemers aangeschreven. Dus we wisten natuurlijk hoe die groep er uitziet, bijvoorbeeld in grootte of sector. En toen hebben we gekeken van de groep die ook echt daadwerkelijk heeft meegedaan. Dus die antwoord op die vragen heeft gegeven. Zijn die representatief voor die hele groep? En dat bleek ook zo te zijn. Dus dat maakt deze bevinding ook wel heel mooi natuurlijk. Dat je niet kan zeggen van nou, het scoort wel heel hoog, maar het zijn alleen de bedrijven waar, weet ik veel, die in een bepaalde sector zitten waar sowieso al heel veel aandacht voor is. Ja, allemaal consultiebedrijven waar mensen hun, ja, het enige zijn wat ze hebben. Dus moeten ze wel liefde voor ze zijn.

Glenn van der Burg (Host): Nee, maar ook in de landbouw en in de bouwnijverheid... en ik noem maar wat minder voor de hand liggende sectoren... daar ging het ook goed. En we zagen ook daar bijvoorbeeld geen verschil tussen die sectoren.

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Ja, en dan is het natuurlijk altijd... Iedereen die nu thuis zit, die een beetje sceptisch is... die denkt, ja, hoeveel bedrijven hebben ze er dan meegedaan? Waren het er wel veel? Want anders geloof ik het toch niet wat Anne hier meldt. De prachtige acht.

Glenn van der Burg (Host): Ja, 589. Nou, dat is veel, toch?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Ja. En weet je ook hoeveel mensen daar opgeteld bij elkaar werken? Minimaal honderd. Sommige bedrijven werken naast honderd, maar andere werken meer dan duizend. Het is echt wel een groot deel van de Nederlandse arbeidsmarkt. Zat er nou echt een uitschiet erbij waarvan je echt dacht dat het niet normaal is wat er uitkomt?

Glenn van der Burg (Host): We hebben natuurlijk niet naar individuele bedrijven gekeken. Dat kan natuurlijk niet vanwege de... Ja, dat zal je altijd zien. Nou hebben jullie natuurlijk ook onderzoek gedaan naar die verschillende aspecten. Want het is natuurlijk leuk een 8 als rapportcijfer. Dus daar mogen we met z'n allen trots op zijn. Aan de andere kant, we hebben nog twee punten te winnen. Dus er valt altijd nog wat bij te halen. Als je nou naar die verschillende onderdelen kijkt, dus die schoning, ontwikkeling, oog voor elkaar, nou, dat hele rijtje wat Harry net noemde. Wat springt er dan uit? Waar gaat het heel goed en waar is er misschien nog ruimte voor verbetering?

Anne van der Put (Promovendus, Universiteit Utrecht): Nee, dat is eigenlijk precies waar we niet naar hebben gekeken. Ah, heel goed. Nou, dus dat is een topvraag voor de volgende. Die gaat promoveren hierop. Toch, Thomas?

Thomas Martens (Impact Manager, Universiteit Utrecht): Zo is het.

Glenn van der Burg (Host): Ja, Harry, jij hebt dit onderzoek geïnitieerd. Het is bij jou begonnen. Nou komen de resultaten. Je hebt toch altijd een soort verwachting ervan, kan ik me voorstellen. Zeker. En hoe kijk je daar nu naar wat eruit komt?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Allereerst heel positief. Ik kan niet anders zeggen dan dat de acht mij in positieve zin verbaasd heeft. Tegelijkertijd, toen we het rapport presenteerden, ik bedoel, je hebt zelf al wel zo'n duiveltje op je schouder zitten wat zegt, en in je oor fluistert van, joh, dat is toch wel heel erg hoog. Je moet natuurlijk altijd wel je realiseren dat dit een gevalletje van zelfrapportage is. Mensen die hun eigen prestaties beoordelen. Dus ze kijken misschien wel door hun erg roze bril. Nou, Anne gaf net al aan, om dat een beetje te voorkomen, hebben we gekeken naar... de managers en de leidinggevenden van de organisatie. En aan de andere kant werknemers, vertegenwoordigers uit de OR. En beide kwamen eigenlijk wel met een goed rapportcijfer. Dus dat maakte dat je toch iets gerustgestelder bent over de uitkomst. Dus er zat tussen die twee, dus de OR en de leidinggevenden, er zat niet zo heel veel verschil tussen. Een halve punt geloof ik. Dus dan nog wel wat. Verhoudingsgewijs vrij weinig verschil. Als mijn zoon maar naar 7.30 uur thuiskomt, dan gaat de vlag uit. Dat ging af bij de vakbond. En ik denk dat dat een terechte opmerking is. Wij boden het eerste rapport aan Kitty Jong, visievoorzitter van vakcentrale FNV. En Kitty zei wel van ja, Hartstikke mooi, dit laat zien dat we op de goede weg zijn. Maar, zegt zij, we moeten natuurlijk niet onze ogen sluiten voor het feit dat je niet heel specifiek vragen hebt gesteld aan hoe de werknemers het dan zelf ervaren. Dat was in ons geval niet heel erg mogelijk. Gelet ook op de beperkte tijd en middelen die we hadden. Maar het is een terechte opmerking natuurlijk. We hebben het gevraagd bij de leidinggevenden en bij de OR-vertegenwoordigers. Maar als je het de medewerkers zou vragen, en Kitty had natuurlijk toch wel een punt toen ze zei van ik ken heel veel bedrijven, waar je, als je het aan de medewerkers vraagt, zeker niet op een nacht uitkomt. En vermoedelijk zelfs niet op een voldoende uitkomt. Ja, aan de andere kant, daar valt ook wat over te zeggen. De vraag is natuurlijk met wie heeft de vakbond contact? Zijn dat met mensen die het naar hun zin hebben of zijn dat mensen die een vakbond nodig hebben? Daar zit natuurlijk altijd een bias in, in die zin. Daar heb je helemaal gelijk in, maar het is wel een signaal wat we zonder meer serieus moeten nemen.

Glenn van der Burg (Host): Wat is er nou specifiek opvallend voor jou uitgekomen? Want de vraag van de Goldsmithing Foundation was natuurlijk ook van hij geeft er handen en voeten aan. Dus wat kunnen we met het onderzoek?

Harry Hummels (Hoogleraar Ethiek, Organisaties en Samenleving, Maastricht University): Nou, Anne heeft een aantal bewerkingen van de data gemaakt en die waren buitengewoon intrigerend behandeld. Het gaat er niet alleen maar om dat er nu een acht staat, maar de vraag is, gaan de ondernemingen nu de komende tijd nog meer aandacht besteden aan agape? En het antwoord daarop was eigenlijk ook bevestigend. En dat is natuurlijk een hele beloftevolle. Dat men inderdaad aangeeft en zo'n 50% van de ondernemingen die gaven aan in de toekomst nog meer aandacht te willen besteden aan de agape. En daarbij ook wel op de hoogte gebracht willen worden van de laatste inzichten. En ze kunnen daarbij ook, naar hun eigen zegte, wel een beetje hulp gebruiken. Nou weet je, dat had ik eigenlijk niet zo verwacht. Ik bedoel, je kunt heel tevreden zijn, zeker in coronatijd, als je met elkaar een 8 scoort. En dan denk je van, nou als het zelfs in moeilijke tijden goed gaat, nou dan zijn we er wel. Dat vinden de geancarteerden niet. Nee, en aan de andere kant denk ik ook, want corona zal ongetwijfeld invloed gehad hebben. Dat kan bijna niet anders, toch? Dat is zo'n grote aardverschuiving, dus dat moet op een of andere manier invloed hebben gehad.

Glenn van der Burg (Host): Aangezien dit het eerste onderzoek is, wat je gedaan hebt, kun je dan, en ik kijk maar even naar Thomas, want die heeft er verstand van, je kunt daar volgens mij dan niks over zeggen. Je hebt geen nulmeting voor corona gehad.

Thomas Martens (Impact Manager, Universiteit Utrecht): Nou, we hadden het er voor de uitzending natuurlijk eventjes over van nou wat een tijd om wetenschapper te zijn. Als zoiets groots gebeurt, dan kun je daar natuurlijk prachtig onderzoek naar doen en dat is zo. Maar tegelijkertijd mis je natuurlijk de nulmeting, de voormeting die je vaak nodig om te kijken wat gebeurt er dan tijdens deze crisis en wat voor veranderingen zijn. Maar tegelijkertijd kun je dat natuurlijk wel als omgevingsvariabelen gebruiken. om na te gaan, oké, wat gebeurt er dan bij die organisaties? En een van de dingen die mij in het oog sprong was, we hebben gevraagd, wat was de aandacht voor agape in uw organisatie voor COVID? Dan kun je even naar terugdenken en daar krijg je wel een redelijke antwoord op. En we weten natuurlijk wat de aandacht is tijdens COVID, want dat is wanneer we het onderzoek hebben gedaan. En je ziet dat die organisaties die meer deden voor COVID zijn nog meer gaan doen tijdens COVID. Dus blijkbaar is het een soort... Stromversnelling. Dus die organisaties die voor Covid in een oprechte manier in het welzijn van de medewerkers investeerden. Nou, daar wordt natuurlijk de proef op de som genomen tijdens Covid. Nou, nu is er werk aan de winkel wat betreft welzijn. En het is in die zin een soort test, want blijkbaar zijn die organisaties die dat voor Covid al deden, meer gaan doen.

Glenn van der Burg (Host): Ja, dat hebben we hier natuurlijk ook teruggehoord in andere afleveringen die we hebben gemaakt met de Universiteit Utrecht, maar ook heel veel andere gasten die hier zijn geweest. Belangrijkste vraagstuk in de tijden dat je elkaar niet kunt fysiek zien is hoe houden we verbinding? Nou ja, dat is een van de onderwerpen waar jullie je mee bezighouden met de agape. Dus ik kan me ook voorstellen dat je door corona juist meer bewust bent geworden misschien wel... ...van het feit dat dit belangrijk is. Want als je bij elkaar bent, dan is het er. Als je bij elkaar in de buurt bent, dan is het er. Dan zie je mensen. Dan is het makkelijker om te doen dan dat je ineens afstand hebt en denkt... ...hé, ik mis iets. Maar wat mis ik eigenlijk? Ja en ik denk dat gemiddeld genomen organisaties hebben laten zien daar geïnteresseerd in te zijn of daar oog voor te hebben voor de medewerker in dit geval. Er was ook een groepje die voor covid niet geïnteresseerd was in agape en dat tijdens het covid ook niet. Dus die groep bestaat ook en dat is ruststellend op een onderzoeksniveau. Blijkbaar voelen mensen zich toch geroepen daar eerlijk over te zijn in zijn vragenlijst.

Glenn van der Burg (Host): Nou, stel, ik ben een leidinggevende of ik ben een HR-verantwoordelijk. Ik luister naar deze aflevering. Ik denk, ja, prachtig, geweldig, hartstikke mooi. Wij geloven daar ook in. Wat heb ik aan dit onderzoek? Waarom zou ik me erin moeten gaan verdiepen? Ik vraag het eerst maar even aan jou, Harry. Er zijn een aantal redenen en dat hebben we ook onderzocht en dan kom ik toch weer terug bij wat doet het nu voor de onderneming en dan blijken er toch ook positieve relaties te liggen tussen aandacht voor agape en zaken als de financiële situatie van de onderneming, de medewerkerstevredenheid, Het verloop, dat is dus minder bij ondernemingen die hoog op een ag