Transcript

Glenn van der Burg (Host People Power): Hoe ontketen je de kracht van mensen en organisaties? People Power brengt je de laatste wetenschappelijke inzichten en praktijkvoorbeelden. Over leiderschap en leren, betrokkenheid en bevlogenheid, inzetbaarheid en inclusie. Omdat mensen het verschil maken in jouw organisatie.

Als je regelmatig naar People Power luistert, dan heb je Martine Bolhuis van Centraal Beheer vast en zeker een paar keer langs horen komen. We maken al een aantal jaar samen afleveringen over duurzame inzetbaarheid. Martine werkt daar vol passie aan als businesspartner duurzame inzetbaarheid bij Centraal Beheer. Haar enthousiasme in de studio is altijd aanstekelijk. Maar dan wordt haar eigen inzetbaarheid geraakt. Ze krijgt de diagnose die één op de zeven vrouwen in hun leven krijgen: borstkanker.

En nu zitten we bij Martine aan de keukentafel samen met haar leidinggevende Erik Petersen, om het gesprek te voeren over kanker en werk. Welke dilemma's komen we tegen? Waar zit het ongemak? Hoe gaan we daarmee om? En wat kan een werkgever doen om te helpen en te ondersteunen?

Maar eerst natuurlijk het allerbelangrijkste. Martine, raar om te zeggen, maar bijzonder om hier te zijn. Ook fijn om je te zien. Beetje maf natuurlijk hè, dat je ineens aan de keukentafel zit samen. Hoe is het met je?

Martine Bolhuis (Businesspartner Duurzame Inzetbaarheid, Centraal Beheer): Dat is een interessante vraag. Ik beantwoord hem op dit moment per dag en vandaag gaat het eigenlijk wel heel goed. Dus ik ben blij dat we vandaag dit gesprek hebben. Maar het is echt per dag, soms ook per uur verschillend hoe het is. Dat hangt ook af van de fase waar ik zit in de behandeling.

Ik zit net in de chemotherapie. Ik ben vorige week voor de tweede kuur geweest in het ziekenhuis. Via een infuus krijg ik chemotherapie en dat betekent dat ik daar veel klachten van heb, met bijwerkingen. De meeste mensen die dat in de omgeving hebben meegemaakt, herkennen dat. Dus het is heel wisselend. De ene keer voel ik me zoals nu oké en het andere moment kan ik helemaal niks. Dan valt ineens de moeheid als een deken over me en kan ik niet anders dan gaan liggen, anders word ik misselijk.

Ik heb nu twee ervaringen met die therapie. De eerste was heel lastig, de tweede iets makkelijker omdat ik van medicatie ben gewisseld. Ze kijken echt mee in het ziekenhuis: wat past bij jou, hoe reageer je, wat heb je nodig? Daarnaast heb ik ook een oncologisch fysiotherapeut, die heb ik van de zomer al ingeschakeld omdat toen al bekend was dat ik met borstkanker te maken had en een operatie achter de rug had. Dat helpt mij erg. Blijven bewegen en zorgen dat je spieren en je conditie een beetje op orde blijven, voor zover dat kan.

Het is heel dubbel. Ik ben mijn halve leven bezig met duurzame inzetbaarheid, in verschillende rollen, met veel plezier, altijd gekeken wat mensen nodig hebben in organisaties. Nu maak ik het zelf mee. Als medewerker voel ik hoe kwetsbaar het is. Ik zie ook hoe persoonlijk en divers de behoefte is. Voor mij werkt het om erover te praten en zo iets terug te geven. Ik ken ook mensen bij wie dat totaal niet past. Er is geen vast pad.

Vanmorgen had ik de bedrijfsarts aan de telefoon. Die helpt me waar ik naar kan kijken, maar bottom line: pak eigen regie in wat je wel en niet kunt en zoek naar wat jou helpt om je dag goed te kunnen doen en je grenzen te bewaken.

Wat dit extra lastig maakt: je weet niet hoe je reageert. Voor de chemo dacht ik nog: misschien kan ik blijven werken. In mijn omgeving zeiden mensen: de meeste kunnen dat niet tijdens chemo. Je kunt je er geen voorstelling van maken. Dat leer je alleen door erdoorheen te gaan en telkens te kijken wat kan er dan.

Betrokken blijven bij werk is voor mij belangrijk. De relatie met mensen met wie ik samenwerk wil ik behouden. Het hielp me om nog dingen te kunnen betekenen en doen. In de zomer na mijn operatie moest ik al veel loslaten. Voor die tijd kon ik gelukkig wat overdragen, met het gevoel: het komt goed terecht. Ik verwachtte daarna weer te kunnen werken en toen kwam toch nog een heel behandelplan achteraan. Dat had ik niet voorzien. Dat vond ik eigenlijk het allermoeilijkste: wat draag ik dan over, waar blijf ik zelf bij betrokken? Ik heb nog inhoudelijk contact met collega's en leidinggevenden omdat ik het fijn vind om mee te denken zolang dat kan: over strategie en hoe we invulling geven aan dit thema. Dat doe ik heel graag en het geeft me energie, gek genoeg. Het is zoeken naar balans.

Het allerlastigste nu: wanneer voel ik mijn grens en wat is precies mijn grens? Die wisselt per dag. Mijn hoofd wil vaak meer. Volgende week is er met het MT een mooie sessie over de toekomst van onze dienstverlening; daar wil ik het liefst bij zijn. Dat maakt het soms complex.

Glenn van der Burg (Host People Power): Erik, jij bent de leidinggevende van Martine. Formeel zeker, en vooral natuurlijk een naaste collega. Wat kom jij tegen als dit gebeurt? Martine kwam erachter dat ze borstkanker had en meldt je dat. Wat gaat er dan in werking? En wat gaat er vanzelf goed?

Erik Petersen (Leidinggevende van Martine, Achmea/Centraal Beheer): Twee dingen. Het staat in geen verhouding tot wat Martine meemaakt, maar ook voor mij als leidinggevende is het moeilijk en ongemakkelijk. Vanuit mijn rol heb je dit niet vaak mee te maken, hoe ga je daarmee om? En persoonlijk: we werken al vijf jaar intensief samen, dus het raakt me ook echt. Dat moet je combineren: professioneel je rol pakken en tegelijk kwetsbaar en persoonlijk durven zijn. Die gesprekken voeren we ook.

Wat vanzelf gaat: bij Achmea vinden we een mensgerichte aanpak belangrijk. Echte persoonlijke aandacht. Dat haal je niet uit een handleiding, dat is ook wie je bent en waarop je geselecteerd wordt. Van nature ben ik betrokken, we hebben een goed persoonlijk gesprek en contact. We leggen kwetsbaarheid op tafel en proberen eerlijk te zijn. De persoonlijke relatie was er al, alsof je met een goede buurman of vriend praat.

Wat lastiger is: ik moet het ook organiseren. Mijn werk gaat door, dus ik moet bewust en frequent contact met Martine blijven organiseren. En ik kan niet in haar hoofd kijken. Wanneer geef ik een zetje en wanneer rem ik af? Waar doe ik goed aan in haar herstelproces? Dat is moeilijk.

Een ander ongemak: de afhankelijkheid. Ik weet dat Martine het fijn vindt om betrokken te blijven en dat het haar helpt. Tegelijk zeg ik eerlijk: we kunnen niet op jou bouwen in de zin van beschikbaarheid. We hebben belangrijk werk, en de afhankelijkheid van het ene uur wel en het andere uur niet kunnen we niet gebruiken. Dan moeten we soms zeggen: dit doen we niet samen of daar besteed je je tijd niet aan.

Vervangbaarheid: Martine is niet te vervangen in hoe zíj het doet. Het voordeel is dat haar werk uit verschillende rollen en taken bestaat. Die kun je verdelen. Soms komt er voor een deel iemand bij. Dat is te doen. Maar we maken ook de afweging om bepaalde dingen een periode niet of minder te doen. Dat betekent ook iets voor andere collega's, die taken erbij krijgen. Dus ik let niet alleen op Martine, maar ook op hen.

Heel vroeg in het proces hebben we gezegd: alle klant-events en afspraken waar klanten afhankelijk zijn van Martine – zoals het HR-netwerk en events – moet ze nu niet doen. Daarin zou ze onvermijdelijk tekort kunnen schieten door onvoorspelbaarheid. De focus ligt op de achterkant van de organisatie: meedenken over koers en aanpak. Daar is ze nu meer van toegevoegde waarde.

Eigen regie past bij Achmea. Er is veel ondersteuning beschikbaar – workshops over kanker op het werk, informatie – maar het is maatwerk tussen medewerker en leidinggevende. We kijken samen wat past. En als we er samen niet uitkomen, hebben we professionals zoals de bedrijfsarts om te toetsen waar iemand staat, mentaal en fysiek. Dat hoeft niet tussen ons in te liggen.

Wat ik ook spannend vind is de periode die we niet kunnen overzien. De chemo loopt tot maart en dan ben je niet meteen volledig inzetbaar. Dat is lang en onzeker. Ik probeer realisme te brengen: dit gaat lang duren. Tegelijk wil ik Martine’s positieve blik niet wegnemen; die heeft ze nodig. De spannendste tijd komt misschien juist straks, in herstel. Collega’s denken mogelijk: ze is er weer. Terwijl zij dan ervaart: ik ben er nog lang niet.

Over haar plek: die is van Martine. Tot die tijd vangen we op, soms met tijdelijke vervanging. De praktijk zal uitwijzen in welke vorm ze terugkomt. Daar nu op vooruitlopen heeft weinig zin.

Glenn van der Burg (Host People Power): Martine, hoe kijk jij naar die langere periode en je terugkeer? En hoe heb je keuzes gemaakt in wat je wel en niet doet?

Martine Bolhuis (Businesspartner Duurzame Inzetbaarheid, Centraal Beheer): De lengte van de periode maakt me onzeker. Ik ben in juni begonnen en dacht: in september kom ik terug. Toen liep het anders. De chemo loopt tot maart en waarschijnlijk ben ik dan niet meteen volledig inzetbaar. Dat voelt ongemakkelijk. Daarom knip ik het in kleine stukjes: per twee weken, per fase van de chemo. Anders wordt de onzekerheid te groot.

In mijn achterhoofd spelen vragen: hoe zit ik er straks bij? Kan ik goed re-integreren in een rol waar ik veel plezier in heb? Hoe staat het met mijn geheugen en focus? Ik probeer te beïnvloeden wat kan: bewegen, fysiek fit blijven. Maar we weten niet hoe ik er straks aan toe ben.

We hebben samen besloten dat ik geen klantafspraken en events doe. Dat schept anders verwachtingen die ik niet kan waarmaken. Mijn focus is nu meedenken aan de achterkant. Daar ben ik nu het meest van waarde.

Over mijn plek maak ik me niet zo’n zorgen. Voor mij is het belangrijkste dat ik gezond terugkom. Met meer afstand zie ik ook beter welke rollen me de meeste energie geven en welke ik misschien anders wil invullen. Er gebeurt iets met hoe ik naar mijn werk en loopbaan kijk.

Glenn van der Burg (Host People Power): Je verwees naar modellen en inzichten die je in je werk gebruikt. Kijken die nu anders?

Martine Bolhuis (Businesspartner Duurzame Inzetbaarheid, Centraal Beheer): Ja. Het model van de vier niveaus van vertrouwen is voor mij nog belangrijker geworden: - Zelfvertrouwen: geloof dat je stappen kunt zetten. Dat merk ik bij mezelf en bij anderen. - Vertrouwen tussen leidinggevende en medewerker: cruciaal om in beweging te komen. - Vertrouwen in de organisatie: is beleid ook zichtbaar gedrag? Zijn er voorbeelden? - Vertrouwen in samenleving/arbeidsmarkt: hoe praten we over werken met ziekte? Is er plek?

Als werkgever kun je op al deze niveaus zichtbaar maken wat je doet. Dat helpt mensen om duurzaam inzetbaar te blijven.

Glenn van der Burg (Host People Power): Hoe gaat het contact met collega’s?

Martine Bolhuis (Businesspartner Duurzame Inzetbaarheid, Centraal Beheer): Heel fijn. Ik krijg veel aandacht via verschillende kanalen. Iedereen doet dat op zijn manier en dat waardeer ik. Ik ben updates gaan sturen aan collega’s, om bij te praten en het contact te houden. Dat breekt het ijs en zorgt dat ze het niet via anderen hoeven te horen. Het maakt het voor hen ook makkelijker om gewoon even te appen zonder steeds te vragen hoe het gaat.

Wat ik het meest mis is ertoe doen. Bijdragen, meedoen. Werk is belangrijk in mijn leven. Vandaag bijdragen aan dit gesprek geeft me ook weer iets terug.

Glenn van der Burg (Host People Power): Dank jullie wel. Spannend en heel mooi. Martine, namens alle luisteraars heel veel sterkte. Wij hopen dat alles wat bedacht is om jou weer gezond te krijgen gaat werken. Erik, ook bedankt.

Glenn van der Burg (Host People Power): Na het gesprek met Martine Bolhuis heb ik gevraagd aan Magdal de Bond, directeur van Care in Company en expert op het gebied van werk en kanker, om te luisteren naar het gesprek en het onderwerp breder te duiden.

Magdal, over hoeveel mensen hebben we het per jaar die te maken hebben met kanker en die werken? En wat is de rol van werk tijdens behandeling en herstel?

Magdal de Bond (Directeur Care in Company; expert werk en kanker): Het gaat om een groot aantal: rond de 45.000 diagnoses per jaar in de beroepsbevolking (15–67 jaar). Niet iedereen werkt daadwerkelijk, maar het is bijna de helft van alle diagnoses in Nederland.

De rol van werk is voor iedereen anders. Eerst is er het wegnemen van het stigma dat werken met kanker niet kan. De kernvraag blijft: wat kan iemand en wat wil iemand? Wat is de rol van werk voor deze persoon? Tegelijk moet je als werkgever en werknemer, het liefst aan de voorkant, doornemen wat specifieke aandachtspunten zijn bij kanker: ziekmakende behandelingen, grillig verloop, langdurig traject. Je weet niet hoe iemand op behandelingen reageert en wat dat doet met inzetbaarheid, ook niet na afloop als energie op een dieptepunt is. Belangrijk is dat je op de werkvloer doordrongen bent van die grilligheid én de langdurigheid.

Een hardnekkige aanname is: werk zal wel het laatste zijn waar iemand aan denkt. Dat leidt soms tot goedbedoelde verwaarlozing: iemand meteen van alle werk ontslaan vanuit bezorgdheid. Je bent als leidinggevende vaak een van de eersten die het hoort; de medewerker zit in een shock. Compassie is logisch, maar laat dat niet het hele traject bepalen. Bouw rust in, herijk voortdurend: wat gold eerst, geldt dat nog? Zeker in de diagnosefase weet je vaak nog niet de volle omvang. Blijf dus dicht bij elkaar en houd contact.

Voor leidinggevenden die dit spannend vinden en elkaar nog niet zo goed kennen: wacht niet tot het je overkomt. Denk als organisatie na: wat voor werkgever zijn we bij life events? We zien een grote behoefte aan houvast: hoe voer je een goed gesprek? Een praktische hulp is de Gesprekshulp Werk en Kanker (kenniscentrumwerkingkanker.nl). Die geeft per fase wat je wanneer bespreekt en hoe je in contact blijft.

Belangrijk: blijf aangesloten bij je werknemer. Vraag telkens: wat heb jij nodig? Attendeer op eigen regie. Herijk elke keer: twee weken geleden spraken we dit af, is dat nog zo? Wat wil je nu? Dat gaat over alles: van werkinhoud tot omgang met collega’s, wel/niet aanhaken bij overleggen. En laat de Wet verbetering poortwachter niet de toon zetten; gebruik die als randvoorwaarde, niet als blauwdruk. Het draait om maatwerk en continu dialoog.

Glenn van der Burg (Host People Power): Dank je wel, Magdal de Bond, voor je expertise.