Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Hoe ontketen je de kracht van mensen in organisaties? Peoplepower brengt je de laatste wetenschappelijke inzichten en praktijkvoorbeelden. Over leiderschap en leren. Betrokkenheid en bevlogenheid. Inzetbaarheid en inclusie. Omdat mensen het verschil maken in jouw organisatie. Peoplepower met Glenn van der Burg.
Jaarlijks overlijden in Nederland duizenden mensen door blootstelling aan gevaarlijke stoffen tijdens hun werk. En dit is slechts het topje van de ijsberg. Het aantal mensen dat ziek wordt is nog veel groter. Vaak wordt het verband met werk pas jaren later of zelfs helemaal niet gelegd. Waarom is het zo moeilijk om beroepsziekten vroegtijdig te signaleren en te voorkomen? En wat moet er gedaan worden om het aantal gevallen te verminderen?
Ik heb twee experts in de studio. Frits van Rooy is bedrijfsarts en hoogleraar vroegsignalering en preventie van beroepsziekten aan de Universiteit Utrecht. En Remko Houba is arbeidshygiënist. Zij gaan ons vandaag helpen in deze aflevering van Peoplepower. Wij zijn blij dat je luistert. Peoplepower, met Glenn van der Burg.
Frits en Remko, fijn dat jullie er zijn. Beroepsziekten, daar hebben we het over met elkaar. Zullen we eerst even kijken wat dat eigenlijk precies is? Want dan hebben we een beetje de definitie scherp.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Een beroepsziekte is een ziekte die als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of de arbeidsomstandigheden waarin men heeft gewerkt voortgekomen is, zeg maar. Een belasting, dat kan van alles zijn. Een blootstelling, dat kan psychische belasting zijn, dat kan chemische belasting zijn, fysische belasting, geluid. Dus van alles. Een slechte manager waardoor je psychische belasting hebt, dat is een voorbeeld. En daar kun je allerlei ziekten van krijgen.
En hoe bepaal je dan wanneer iets een belasting is? Nou, daar hebben we gelukkig een arbeidshygiënist voor. En arbeidshygiënisten zijn bij uitstek in staat om belastingen in kaart te brengen. En die bepalen dan ook of die belastingen verantwoord zijn en refereren dat aan grenswaarden en zo.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Oké. Nou, Remko.
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Ja, kijk, als je naar het werk gaat kijken, dan word je in feite blootgesteld aan allerlei dingen. Je kan blootgesteld worden aan van alles: geluid, gevaarlijke stoffen, biologische stoffen. En dat hoeft geen probleem te zijn, maar als je dat te vaak en te veel hebt, dan heb je een overbelasting en kan dat op korte termijn of vooral ook, waar we het nu over hebben, op de lange termijn een probleem vormen.
En bij sommige dingen gaat dat heel snel. Als je met een irriterende stof werkt en je hebt meteen last van de ogen en de neus, dan merk je meteen, dan moet je voorzichtig mee zijn. Maar je hebt ook stoffen, zoals kwartsstof, steenstof, waarbij je blootgesteld kan worden en waarbij je eigenlijk niks in de gaten hebt. Maar als je dat optelt over 10, 20, 30 jaar, dan is het net voor het einde van je pensioen, voordat je met pensioen gaat, dan heb je in een keer een ziekte die heel sluimerend is geweest. Dus dan heb je in je arbeidsleven een overbelasting gehad van blootstelling.
En als je dus pech hebt, dan begin je aan het begin van je carrière met een nieuw bepaalde stof en aan het eind van de carrière heb je er last van en dan ben je de eerste die aantoont dat het toch niet zo verstandig was om die stof te gaan gebruiken. Ja, dat kan, maar we weten eigenlijk van heel veel stoffen al heel lang dat het een risico is. En nog zien mensen het niet, omdat dat toch iets is wat je op de lange termijn krijgt en niet meteen merkt. En dan wordt het onderschat.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Frits, het andere element van de definitie is dus dat het door het werk moet komen, anders is het geen beroepsziekte.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): In overwegende mate door arbeid of de arbeidsomstandigheden. Dus die twee dingen bepalen dan of je het kunt relateren aan arbeid. Maar ja, dat is een definitie. Het lijkt nul of één, maar in werkelijkheid ligt dat natuurlijk veel complexer, want als jij thuis ook allerlei hobby's hebt die bijdragen aan blootstellingen of bepaalde voedingspatronen of noem maar op, ja, ga dat dan maar eens uit elkaar halen.
Maar het mooie van arbeid is dat het in principe vermijdbaar is, want we hebben een Arbowet die bepaalt dat een werkgever moet zorgen voor gezonde arbeidsomstandigheden, en daar is het dus beïnvloedbaar. En mocht er daar stoffen tussen zitten die schadelijk zijn voor die mensen, kun je dat ook meenemen als bedrijfsarts in je spreekuur: let wel, deze stof hoeft niet alleen op jouw werk voor te komen, maar misschien ook in jouw thuissituatie. Kijk daar even naar.
Ja, en dan heb je natuurlijk ook mensen die, zeker tegenwoordig, allerlei hybride vormen hebben. Dan ben je bijvoorbeeld in dienst, maar je bent ook nog zelfstandig daarnaast. En dan doe je misschien wel dezelfde dingen waarbij je bij de een heel netjes werkt en bij de ander niet. Dan wordt het helemaal ingewikkeld.
Nee, precies. En nou roer je ook meteen het probleem aan. Het is heel lastig op het moment dat een ziekte zich openbaart om vervolgens terug te gaan kijken wat waren nu de blootstellingen. Ik kan me niet zomaar voor de geest halen wat ik twee weken geleden op een vrijdagmiddag om vier uur gegeten heb. Laat staan dat je dat in een arbeidszaam leven kunt doen. En dat is ook meteen een probleem wat we graag willen adresseren.
Wil je in de toekomst beroepsziektes voorkomen, dan zul je op zijn minst inzage moeten hebben in individuele blootstellingen. En om die reden pleiten wij ook voor een individueel blootstellingsdossier dat met een werknemer of een werkende, dat zou ook een zzp'er kunnen zijn, meereist in zijn arbeidszame leven. En mocht er op enig moment een ziekte optreden, dat je het in ieder geval gedocumenteerd hebt.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Nou daar wil ik straks nog veel meer over weten. Eerst even een soort overzicht van waar hebben we het nou precies over. Want bij beroepsziekten denk je al snel aan de schandalen die je langs hebt horen komen. Bij Defensie iets in de verf wat nogal kankerverwekkend was. Allerlei van dat soort excessen. Zijn dat dan ook de belangrijkste veroorzakers van beroepsziekte of zijn er nog veel meer soorten?
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): We hebben in de wereld miljoenen chemische stoffen en van die chemische stoffen weten we maar van een zeer klein deel wat het eigenlijk doet met je gezondheid. Laat staan dat we weten wat die stoffen doen in combinatie met andere blootstellingen. Dus dat is ontzettend complex.
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Je hebt niet alleen de chemische stoffen; als je iets koopt dan zit daar een chemische stof in en meestal kan je daar wel informatie van krijgen: wat zit er nou precies in? En dan zou je erop kunnen acteren. Als je het niet doet, dan weet je niet welke risico je hebt en dan loop je een onbekend risico.
Maar je hebt ook bepaalde industrieën en stoffen waarbij je eigenlijk helemaal niks hebt. Kijk naar de voedingsmiddelenindustrie bijvoorbeeld. Dan is er een bedrijf dat bijvoorbeeld melkpoeders maakt en dan denken ze van ja, dat is veilig. Of dat is biologisch, dat is niet risicovol. Maar dan blijken er een aantal mensen te zijn die een allergie krijgen tegen die melkpoeders. Terwijl het is geen product dat je koopt en waar informatie bij zit.
Dus allergieën, ook op de polikliniek van het NKAL, het Nederlands kenniscentrum Arbeid en Longen, waar we werken, zien wij best veel mensen die een beroepsallergie oplopen. En die dus gewoon niet meer kunnen werken op de plek waar ze werken, want die moeten eruit; dan hebben ze een beroepsastma en dan houdt het op voor ze, in ieder geval bij die werkgever, want dat allergeen moeten ze vermijden.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Ja, dat kunnen ook dingen zijn waarvan je eigenlijk van tevoren denkt... Ik zit gelijk te denken aan mensen die hooikoorts hebben. Als je dan altijd op het hoogtepunt, als alle pollen de wereld ingaan, in het bos of weet ik veel waar moet werken, dat lijkt me ook niet zo verstandig.
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Nee, maar daar moet je het mee vergelijken. Want als je met pollen bent blootgesteld, dan ben je blootgesteld aan allerlei eiwitten. En op het moment dat je die eiwitten op het werk tegenkomt, dan heb je een vergelijkbaar iets: je hebt blootstelling en je ontwikkelt een allergie daarvoor. Dus daar zitten veel parallellen in.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Frits, zijn er ook beroepsziekten waarvan jij zegt: daar denk je misschien niet zo snel aan, maar die vallen er ook onder?
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Ja, dan denk ik met name aan bronchiolitis obliterans syndroom. Bronchiolitis, de naam zegt het al: dat is een ontsteking van je bronchiolen, de kleinere luchtwegen. En obliterans: die verschrompelen als het ware. Dus je krijgt dan dat je longweefsel gewoon vernietigd wordt.
Wij hebben zo'n project gehad waarbij we een vraag kregen via onze helpdesk. Destijds werkte ik bij NKAL, nu werk ik bij de Arbo Unie. De vraag was van een bedrijf: kunnen jullie ons helpen met het onderzoeken van deze ziekte? Want in Amerika zien we dat mensen in de popcornindustrie ziek worden van de stof die wij aan ze leveren. Althans, dat denkt men. Maar dat was niet bewezen.
Uiteindelijk zijn we naar dat bedrijf gegaan. Daar hebben we in kaart gebracht waaraan die mensen allemaal werden blootgesteld. Dat is de ene kant. Aan de andere kant hebben we onderzocht wat die mensen allemaal mankeerde: hun longfunctie en we hebben zelfs HRCT-scans gemaakt, de geavanceerde röntgenopnames van hun longen. Op die manier hebben wij een link kunnen leggen tussen die chemische stof en die ziekte.
En dat is ook onze belangrijkste boodschap. Op het moment dat jij een verband kunt leggen tussen de ziekte en de oorzakelijke blootstelling, heb je ook een instrument voor preventie in handen. En daar gaat het om. En dan niet alleen voor dat ene individu, maar voor al die andere mensen. Dat is de essentie van bedrijfsgezondheidszorg. Daarvoor hebben we bedrijfsartsen en arbeidshygiënisten die op die manier bezig zijn met hun werk.
Alleen tegenwoordig zie je dat bedrijfsartsen worden geassocieerd met verzuim. Maar dat hadden we vroeger helemaal niet. En ik zeg altijd: of mensen willen werken of niet. Als ze niet willen werken, dan moeten ze met HR contact opnemen. Maar als ze niet kunnen werken om medische redenen, dan ga ik onderzoeken: hoe kan dit nu? Zou er een verband met het werk kunnen zijn? En als ik dat verband vind, dan heb ik de mogelijkheid voor preventie in handen.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Ik zit ook aan andere dingen te denken. We hebben in het verleden zo'n enorme golf gehad met RSI, waar je nu een stuk minder over hoort. We hebben natuurlijk een hele golfbeweging gehad van niet te lang zitten, want dat is slecht voor je. Valt dat ook allemaal onder jullie vakgebied?
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): De essentie van een bedrijfsarts is de gezondheid van een werkende, ik trek hem even breder dan alleen werknemers, om die te bewaken, te bevorderen en te beschermen. Dus in dat kader past dat er helemaal in.
Remko Houba (Arbeidshygiënist): En ook vanuit de blootstelling. Ik denk dan niet zozeer aan langdurig zitten. Wat je aansnijdt zijn hypes. Je hebt meerdere hypes gehad, die dan wel iets zijn, maar die groter worden dan ze zijn. Je had het ook met die toneruitstoot van printers. Dat is dan een hype en die komen dan in de media en die worden groter gemaakt dan ze zijn. Er zit altijd een kern van waarheid in.
Maar het gaat ook om fysieke belasting en om hittebelasting. Als je in een glasfabriek werkt, dan heb je hittebelasting en dan kan je oververhit raken in je lichaam. Dus er zijn allerlei factoren. Maar je hebt ook inderdaad onderwerpen die breder uitgemeten worden dan ze uiteindelijk blijken te zijn. Ook dat kom je tegen.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Als je het over gevaarlijke stoffen hebt, dan kun je in één adem ook emotie noemen. De kern van het probleem is vaak dat mensen het begrip gevaar en risico niet kunnen duiden. Een leeuw is inherent gevaarlijk. Maar op het moment dat die achter tralies zit, vormt die geen risico. En zo zie je dat ook met chemische stoffen. Als je een leeuw in het wild ziet en hij zet het op een rennen, dan reageer je adequaat. Maar als een leeuw brult en die zit achter tralies, hoef je niet te gaan rennen.
Vaak worden gevaar en risico niet uit elkaar gehaald en dan triggert dat gevaar veel emotie en dan krijg je die hypes. Terwijl als wij er dan technisch naar kijken en het analyseren, dan zeggen we: waar maak je je druk over? Maar soms ook zaken waarvan je zegt: daar maken mensen zich niet druk over en daar zouden ze zich wel druk over moeten maken.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Nou dat is de grap natuurlijk: op het moment dat het niet gevaarlijk lijkt, of we niet weten of het gevaarlijk is, dan doe je ook niet zoveel aan risicobestrijding.
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Nee, en dat zijn degenen die uiteindelijk, onder andere, op de polikliniek komen. Het komt vaak als een verrassing bij de mensen die op onze polikliniek komen als ze blijken een ziekte te hebben. Dan is het zowel bij de persoon als bij het bedrijf vaak: ja, maar dat hadden we niet zien aankomen. Hadden ze het kunnen zien aankomen? Achteraf zeker. Maar ze hebben het niet herkend of erkend. En degenen die dan in de media komen, die worden dan opgeblazen of in één keer herkend en er blijkt niet alles in de hand te zijn. Waar het vaak misgaat, is het niet herkennen en het niet op tijd herkennen. Ja, en dan gaat het mis.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Kijk, het arbobeleid in Nederland, wat vanuit de Arbowet vormgegeven moet worden, daar zitten hele mooie stappen in. Een daarvan is de risico-inventarisatie en -evaluatie, de RIE. Daar moeten de bekende risico's geadresseerd worden en die moet je zien te voorkomen. Dat lukt niet altijd. Dan heb je restrisico's. Alles uit de kast gehaald om blootstelling te voorkomen, bijvoorbeeld bij chemische stoffen, maar dat lukt niet altijd.
En dan komt de rol van de bedrijfsarts. Die moet vervolgens die werknemers in de gaten gaan houden. Zie ik daar rare dingen? Zie ik in een keer tien mensen die longkanker krijgen na tien, twintig jaar? Dat is het bewaken van de gezondheid van die werknemers. En als je dat goed doet als bedrijfsarts, dan zeg je op een gegeven moment tegen die arbeidshygiënist: ik zie hier ziektebeelden optreden die ik op basis van de bekende risico's nooit zou verwachten. Kun jij eens met mij gaan kijken naar die werkvloer, wat voor blootstellingen er plaatsvinden die we misschien over het hoofd gezien hebben, of misschien een nieuw risico vormen?
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): De uitdaging is natuurlijk dat op het moment dat mensen ziek worden, ben je eigenlijk te laat. Daarvoor zijn er natuurlijk ook al tekenen. Is dat dan waar jij op let, Remko?
Remko Houba (Arbeidshygiënist): De arbeidshygiënist zit heel erg aan de primaire preventie. Je kijkt naar blootstellingen: is er nou blootstelling die een risico kan vormen? Dan hoeft iemand nog niet ziek te zijn. Maar je kan wel die eerste verschijnselen... Jij noemde je zolder verbouwen en hoesten; dan merk je iets en ben je voorzichtig. Maar je kunt ook met iets werken wat je niet opmerkt, dan weet je niet dat je voorzichtig moet zijn.
Wat een arbeidshygiënist doet, is juist op een gegeven moment zien waar die risico's zijn, ook degenen die niet herkend worden, door anders te kijken. Je kijkt: waar werk je precies mee, hoe werk je daarmee, wat voor processen heb je? Zijn er processen die dingen uitstoten die je niet als gevaarlijk herkent, maar die wel gevaarlijk zijn?
Een voorbeeld: een bedrijf werkt met gevaarlijke stoffen. Ze zeiden: alles is in een gesloten proces, er is geen blootstelling bij ons. Dan loop je door en dan zie je inderdaad geen blootstelling. Maar wat doe je als jullie gaan schoonmaken? Ja, dan maken we hem open. Oké, dan wordt het interessant. Want dan hebben ze het wel als gevaarlijk herkend, maar niet alle blootstellingsmomenten herkend. En dan gaat het mis. De arbeidshygiënist kijkt met kennis over processen en blootstelling waar gevaren zitten en hoe je mensen kunt behoeden om te voorkomen dat mensen ziek worden. Dat is eigenlijk de eerste stap.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): De arbeidshygiënist en bedrijfsarts vormen twee zijden van dezelfde medaille. De arbeidshygiënist bewaakt de arbeidsomstandigheden en de bedrijfsarts bewaakt de mens. En als we op een van beide fronten rare dingen zien, dan gaan we met elkaar communiceren en kijken of er iets aan de hand is en of we er iets aan kunnen doen.
Nou zijn er van die hobbyisten in het bedrijfsleven die geen tijd en geen zin hebben om hun spuitpistolen tijdens of na het verspuiten schoon te maken. En dan zie je in een keer rare ziektebeelden als bedrijfsarts. Dit zie je niet terug in de RIE. Dan leg je een werkplekbezoek af, want dat is essentieel. Wat bleek: die man dacht dat hij eczeem had, maar hij had een brandwond aan zijn handen. Hij nam afbijtmiddel van thuis mee om op het werk zijn verfpistool schoon te maken. Die stof werd opgenomen in je lichaam en omgezet tot koolmonoxide. Stel dat die man hartproblemen had, dan wordt hij blootgesteld aan een stof die koolmonoxide afgeeft in je lichaam, kan hij een hartinfarct krijgen en niemand legt die relatie, terwijl het te voorkomen is. Daar kom je alleen achter als je er diep in duikt. En als je eraan denkt.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Experts en wetenschappers over de kracht van mensen in organisaties. Frits van Rooy, hoogleraar vroegsignalering en preventie van beroepsziekten aan de Universiteit Utrecht en Remko Houba, arbeidshygiënist, in de studio. We praten over beroepsziekten en natuurlijk het liefste hoe we ervoor kunnen zorgen dat ze niet meer voorkomen.
Eerst nog even terug naar die beroepsziekten en dan kunnen we mooi naar de potentiële oplossing gaan. Ik kan me voorstellen dat er bedrijfstakken zijn waarvan het nogal wiedes is. Als je met hoogspanning werkt of met gevaarlijke stoffen of met veel chemicaliën, dan snapt iedereen dat je daar scherp op moet zijn. Wat zijn nou andere bedrijfstakken waarvan jullie zeggen: let op, dit gaat ook over jullie?
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Dan zou ik met name zeggen midden- en kleinbedrijf. Omdat die bedrijven te vaak geen risico-inventarisatie hebben. Dus zich niet bewust zijn wat voor risico's ze in huis gehaald hebben. Vaak her en der wat stoffen in huis halen. Zich niet realiseren wat ze in huis halen.
Dan kom je op zo'n incident wat ik meegemaakt heb. Ik werd op een vrijdagmiddag gebeld: onze afvalverwerker zegt dat wij radioactieve stoffen lozen. Wat bleek: normaal verspreidden ze het grit dat ze gebruikten om materialen te stralen over een container, dus het radioactieve signaal werd niet opgepikt. Maar in dit geval hadden ze het op een hoopje gegooid. Er gingen alle alarmbellen af. In paniek bellen ze de bedrijfsarts: we snappen niet wat hier gaande is. Dan vraag ik: heb je een veiligheidsinformatieblad? Dat sturen ze dan toe en dan staat er in kapitalen: DIT PRODUCT VOLDOET NIET AAN DE KERNENERGIEWETGEVING, MAG UITSLUITEND IN EEN GESLOTEN SYSTEEM WORDEN GEBRUIKT. Dan schrik je wel even, want die mensen hebben daar drie jaar lang mee gestraald. Die hebben dat ingeademd. En vervolgens moet je gaan kijken: wat zijn nou de risico's voor die mensen? Uiteindelijk hebben we dat allemaal uitgerekend en viel het mee. Maar dat zijn wel onverwachte gebeurtenissen die je liever niet hebt in je bedrijf.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Is de uitdaging bij het MKB ook dat de diversiteit groter is en je niet overal specialisten hebt?
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Dat klopt. Als klein bedrijf sta je een eind achter op een groot bedrijf met specialisten of een eigen preventiemedewerker of arbeidshygiënist. Maar de kunst is: ook al is de RIE een lastige tijger, je kunt toch een beeld vormen. Waar zitten mijn grootste risico's en waar moet ik mee dealen? Wat zijn risico's die op termijn een probleem kunnen vormen, waar ik nu niet aan denk?
Ook al doe je het in grote lijnen, je moet echt iets doen. Kleine en grote aannemers hebben dezelfde risico’s. Je kunt hulp inroepen; een branchevereniging kan helpen. In de bouw heb je Volandis, die allerlei instrumenten ter beschikking heeft. Ook al heb je de kennis niet in huis, je kunt de wegen zoeken.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Frits, je had het net al over de vroegsignalering. Je noemde het individuele blootstellingsdossier. Ik ben ondernemer met risico’s. Verkoop het eens aan mij, want ik moet dat bijhouden. Nog meer administratie...
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Ik hoef het niet te verkopen, want de Arbowet verplicht je al in het geval van blootstelling aan CMR-stoffen: kankerverwekkend of gevaarlijk voor de voortplanting. Daarvan wordt al verwacht dat jij op individueel niveau bijhoudt welke mensen en in welke mate eraan worden blootgesteld. Sterker nog, je moet die gegevens tot 40 jaar na de laatste blootstelling bewaren.
Dat zouden al heel veel bedrijven moeten doen, maar in de weerbarstige praktijk zie je dat niet gebeuren. Als iemand 30, 40 jaar later kanker krijgt en je wil weten waaraan hij is blootgesteld, dan wordt het zoeken naar een naald in een hooiberg.
En ja, je kunt denken: ik moet dat vooral niet gaan bijhouden, straks komt mijn verantwoordelijkheid boven water. Het is een wettelijke verplichting. Je zou denken dat die wordt gehandhaafd. Wat blijkt: de Arbeidsinspectie heeft blijkbaar te weinig capaciteit om substantieel te handhaven. En dan krijg je dit soort fenomenen. Kijk naar het maatschappelijke probleem: gaan wij accepteren dat er jaarlijks naar schatting 3.000 mensen aan overlijden? Je zult het zelf maar zijn, of familie. Als je dat niet wilt en je spreekt spelregels af en je handhaaft ze niet, waar zijn we dan mee bezig?
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Het registreren heeft ook een andere functie. Bij bedrijven die hun blootstelling gaan bijhouden of een register bijhouden, kom je vanzelf stoffen tegen waarvan je je afvraagt: wil je die wel in huis hebben? Bij kankerverwekkende stoffen ben je verplicht te vervangen. Het bezig zijn hiermee leidt tot besef: van alle stoffen die je hebt, zijn er misschien vijf echt belangrijk. Moet ik die wel blijven houden? Heb ik een alternatief? Registreren is niet het doel op zich, maar het helpt om initiatieven op gang te brengen.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Bureaucratie terugbrengen is prima, maar niet ten koste van de gezondheid van de werkende mens. En als je geen alternatief hebt om dingen goed in kaart te brengen, zoals Remko schetst, dan moet je daar in ieder geval geen afstand van doen.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Stel dat dit goed bijgehouden wordt. Wat kun je daar met al die informatie mee vanuit onderzoeksoogpunt? Kunnen we hiermee sneller zijn en dingen voorkomen?
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Jazeker. Op het moment dat je inzage hebt in individuele blootstellingen op het werk, maar denk ook aan voeding, medicatie, omgeving. Als je vervolgens verzamelt welke ziektebeelden ontstaan, dan kun je relaties leggen. Als je dat op bedrijfs- of populatieniveau doet, dan maak je verbanden helder. En als dat verband helder is, heb je mogelijkheden voor preventie en kun je echt ziektes voorkomen.
In de reguliere zorg vragen maar weinig specialisten wat voor werk iemand doet. Als je astma hebt en je piept en je krijgt medicijnen, dan knap je thuis op. Maar als de relatie in het werk ligt, val je weer uit. Uiteindelijk word je naar een longarts verwezen, die zegt misschien: persisterend astma, ik weet het ook niet meer, dan maar meer medicatie, en zo iemand wordt arbeidsongeschikt.
Als je een bedrijfsarts hebt die zijn werk goed doet en hoort dat iemand frequent verzuimt, dan vraag je: zou dit met het werk te maken kunnen hebben? Je raadpleegt een arbeidshygiënist en ziet dat daar stoffen bij zitten die een astmatische reactie kunnen uitlokken. Je legt dat verband: voila. Preventie voor dat individu, arbeidsongeschiktheid opheffen, en ellende voor anderen voorkomen. Dit is de essentie van wat een bedrijfsarts zou moeten doen. En we hebben het nu over chemische stoffen, maar je kunt dat doortrekken naar psychische belasting, fysische belasting, enzovoort. Het gaat erom: wat veroorzaakt welke ziekte en hoe kunnen we dat voorkomen?
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Het voordeel is natuurlijk: omdat die bedrijfsarts en arbeidshygiënist op dat bedrijf of in die bedrijfstak zitten, kunnen ze die verbanden veel makkelijker leggen dan een huisarts of specialist. En er zijn zoveel factoren die bepalen hoe het met iemand gaat.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Ik trek het breder. Tegenwoordig komt exposoomonderzoek naar voren. Dat beperkt zich niet tot blootstellingen in arbeid. Die kijkt ook naar voeding, medicatie, omgeving. Als je daar ook data over verzamelt en analyseert, leg je makkelijker verbanden. Want het is niet zo dat iedereen die rookt longkanker krijgt. Waarom de een wel en de ander niet? Misschien draagt voeding bij, noem maar op. Met al die data kun je beter verbanden leggen.
Wat we recent op de agenda zetten, is dat we in het bedrijfsleven bij mensen die blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen metabolomics willen introduceren. Metabolomics is de studie van het metaboloom: alle stofwisselingsproducten in bloed of urine. Dat is een afspiegeling van jouw erfelijk materiaal in verband met jouw omgeving. Wat er gebeurt tussen erfelijkheid en omgeving, reflecteert zich in jouw metaboloom.
Tegenwoordig kunnen we in Leiden, samen met Utrecht, bij iemand een bloedmonster afnemen en daarin meer dan 3000 verschillende stoffen in één keer bepalen. Dat levert een berg informatie op. Met die informatie willen we bij werknemers die blootgesteld zijn aan chemische stoffen kijken: zien we verschillen? Bij blootgestelden versus niet-blootgestelden? Zien we stofwisselingsproducten die geassocieerd zijn met ziekten over 10, 20 jaar?
Als je biomarkers oppikt en je kunt verbanden leggen met ziektes op termijn, dan kun je heel vroeg ingrijpen om te voorkomen dat iemand ziek wordt. Want je weet: als deze stof zich voordoet in jouw bloed, dan kunnen we met grote waarschijnlijkheid zeggen dat jij op weg bent naar hartziekte, longziekte, noem maar op. Dan gaan we niet wachten tot je daadwerkelijk ziek bent; dan gaan we nu ingrijpen. Dat is de ultieme vorm van vroegsignalering en preventie.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Dat is een mooi bruggetje voor straks, want preventie is precies waar ik het laatste blokje nog met jullie over heb.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): —
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Frits van Rooy, Universiteit Utrecht en Remko Houba, arbeidshygiënist. Van jezelf weet ik eigenlijk niet, Remko. Voor wie werk je eigenlijk?
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Ik werk vooral voor het Nederlands kenniscentrum Arbeid en Longen. Dat is een polikliniek waar we mensen zien en waar mensen die ziek zijn beoordeeld worden wat ze hebben vanuit de medische kant, maar ook wat voor werk ze gedaan hebben. En ik ondersteun ook bedrijven vanuit de preventie om te kijken wat gebeurt er nou, waar zijn de risico's en alledaagse problemen waar ze tegenaan lopen, om te kijken hoe ik ze kan helpen om die blootstelling omlaag te brengen.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Die preventie wilde ik het nou net over hebben, want de beste ziekte is de ziekte die nooit komt. Stel dat je nu een beetje bent geschrokken en denkt: we moeten eigenlijk toch wel meer doen. We hebben nieuwe stoffen waar we gebruik van maken. Wat kunnen we het beste doen om die preventie te verbeteren?
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Eerste is dat je inzicht moet krijgen: heb ik een risico en waar zit mijn risico? Je moet van twee kanten redeneren. Laat het bij gevaarlijke stoffen houden. Je werkt met een 50-tal, 60-tal stoffen en die zijn niet allemaal even gevaarlijk. Het eerste wat je wil doen is kijken: zitten er stoffen tussen die een heel bijzonder, groot risico vormen? Dan zijn niet alle zestig even belangrijk, maar misschien vijf belangrijker dan de anderen. Je trechtert dus vanuit de hazard, het gevaar. Dat wil niet zeggen dat je dan een risico hebt.
Het tweede is: wat doe je er dan mee? Als er stoffen bij zijn waar je niet meer in contact komt, maar die wel een groot gevaar vormen, die kan je niet aftreppen, daar moet je wel wat voor doen. Maar het kan zijn dat je in je proces gaat kijken: wat doe ik ermee? Wat zijn momenten van blootstelling? Wat zijn de belangrijkste momenten van blootstelling? Je gaat je hotspots in je gevaren (de stoffen) bepalen – dat zijn er vaak beperkt – en je hotspots in je proces: zitten die in het normale proces of met name in storingen, onderhoud of schoonmaken?
Dat schoonmaakvoorbeeld: bedrijf, gevaarlijke stof, alles afgesloten, eigenlijk nooit contact. Behalve bij schoonmaken. Dat kan net de grootste hotspot zijn. Die twee combineer je. Zijn er stoffen met hoog gevaar die ook in de blootstellingshotspots zitten? Dan heb je een hot item. Die loop je af. Als je alles tegelijk wil doen, versand je. Dat is ook een beetje het probleem van de RIE. Je moet een aantal dingen uitlichten die het belangrijkst zijn.
En dan: wat kan ik doen? Kun je vervangen? De stof niet meer gebruiken. Hangt ook af of het proces goed blijft lopen. Of kun je hem zo gebruiken dat je er niet mee in contact komt? Of ventilatie? Dat is de arbeidshygiënische strategie. Eerst de bron. Alles wat je aan de bron kan doen is het beste. Als dat niet lukt, voorkom je dat het bij jou komt via afscherming of ventilatie. En als het dan toch nog bij je komt, dan pas persoonlijke beschermingsmiddelen. Aan PBM’s wordt soms als eerste gegrepen, terwijl je eerst moet kijken: kan ik zonder die stof of kan ik hem zodanig gebruiken dat ik er niet mee in contact kom?
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Dus als je als eerste denkt aan PBM’s, dan moet je eigenlijk een stap terug.
Remko Houba (Arbeidshygiënist): Ja, dat is de verkeerde reflex.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Ik denk andersom ook, Frits. Er zijn ook veel stoffen waarvan we veel te laat achterkomen dat ze gevaarlijk zijn. Zoals schoonmaakmiddelen in wc’s.
Frits van Rooy (Bedrijfsarts en Hoogleraar 'Vroegsignalering en preventie van beroepsziekten', Universiteit Utrecht): Dat zijn geen ingewikkeldere blootstellingen, dat zijn blootstellingen waar je oog voor moet hebben. Dan kom ik weer op Remco terug. Remco kijkt wat er gebeurt in dat bedrijf en hoe we alles zo goed mogelijk kunnen beheersen. Je zult het nooit 100% kunnen beheersen. Dan kom je op het restrisico en dan komt de bedrijfsarts in beeld. Die moet de mens volgen. Nadat Remco de arbeidshygiënische strategie over het proces heeft laten gaan en je komt op het punt dat je niet alles kunt beheersen, dan lopen werknemers per definitie een restrisico.
Dan moet jij als bedrijfsarts weten: wat voor ziektebeelden of symptomen zou dat kunnen geven? Daar moet je alert op zijn in je spreekuur. Maar als jij niet weet waaraan de werknemer wordt blootgesteld, zul je nooit de relatie kunnen leggen en dus ook niet aan preventie kunnen doen. Aan degene die luistert zou ik zeggen: hebt u een bedrijfsarts in huis? Vraag eens of die weet waaraan de zieke werknemer wordt blootgesteld. En als dat niet zo is, hoe gaat deze bedrijfsarts de gezondheid bewaken?
Zeker omdat veel bedrijfsartsen ingehuurd worden en niet meer werken voor het bedrijf. De focus ligt heel duidelijk op verzuim en helaas zien we dan hypes en dat mensen ziek worden en dat je denkt: in één keer krijgen we een kudde ziekte. Hoe kan dit? Maar dan ben je te laat. Het is een rode draad in ons vak dat we geleidelijk erachter komen dat bepaalde stoffen schadelijker zijn dan we dachten. Dan zie je dat werkenden een soort guinea pigs zijn. Ze worden blootgesteld en we zien in het experiment van hun arbeidszame leven: het was niet verstandig. En als we dat dan niet onderzoeken en niet registreren, dan leren we nooit iets van het verleden.
Glenn van der Burg (Host, Peoplepower): Dat is een mooie oproep om mee te eindigen. Ik vond het bijzonder leuk dat jullie in de studio waren. Met veel passie en energie verteld over het voorkomen van die – helaas nog te veel – mensen die sterven aan beroepsziekten. Ik krijg het bijna mijn mond niet uit, zo verdrietig is het. Gelukkig zijn er genoeg mensen die zich daar hard voor maken om te zorgen dat we dat kunnen voorkomen.
Je hoorde Frits van Rooy, bedrijfsarts en hoogleraar vroegsignalering en preventie van beroepsziekten van de Universiteit Utrecht, en Remko Houba, arbeidshygiënist. We maakten deze aflevering samen met de Future of Work Hub van de Universiteit Utrecht. Meer informatie via de show notes. Meer afleveringen vind je op peoplepower.radio en in jouw favoriete podcast-app.