Glenn van der Burg (host): De aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt staat al jaren onder druk. Werkgevers klagen over een gebrek aan praktische vaardigheden bij jonge medewerkers. Terwijl onderwijsinstellingen benadrukken dat hun taak breder is dan alleen beroepsvoorbereiding. De wereld verandert sneller dan ooit, dat hoor je vast vaker langskomen. En het onderwijs kan onmogelijk alle ontwikkelingen bijhouden. Hoe kunnen onderwijzen en bedrijfsleven beter samenwerken om jonge mensen klaar te stomen voor een dynamische arbeidsmarkt? En welke rol moeten werkgevers zelf oppakken om dat gat te dichten?
Ik heb drie leuke gasten in de studio. Joyce Oomen is programmacoördinator bij de Utrecht Talent Alliantie. Wouter van der Loo is manager Arbeidsmarkt Transformatie bij Alliander. En Joop Schippers is er natuurlijk, wil ik bijna zeggen, hoogleraar Arbeidsmarkteconomie van de Universiteit Utrecht. Fijn dat je luistert naar People Power. Joyce, Wouter en Joop, leuk dat jullie er zijn.
Joop, ik begin even bij jou met mijn volgende observatie. Dit is niet voor het eerst dat we dit onderwerp bespreken. Jij bent al een tijdje in dit vakgebied bezig. Sterker nog, langer kan bijna niet, want je bent stiekem al met pensioen, maar je werkt natuurlijk gewoon door. Heb jij nou bij dit soort onderwerpen soms niet zoiets van: jeetje, daar gaan we weer. De aansluiting van de onderwijs- en de arbeidsmarkt, hebben we dat nou nog niet gefixt?
Joop Schippers (Hoogleraar Arbeidsmarkt, Universiteit Utrecht): Nee, dat valt mee. En het valt met name mee omdat het ook elke keer weer verandert. Dingen die we nu op de arbeidsmarkt zien gebeuren en die we voor de komende twintig jaar verwachten, dat zijn dingen waar we in de jaren tachtig nog geen zicht op hadden. Het is ook weer een nieuwe kwestie die om nieuwe oplossingen vraagt.
In de jaren tachtig had je ook gesprekken over de aansluiting tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs. Er liggen nog steeds serieuze adviezen uit die tijd. Maar de vraagstukken zijn veranderd, onder andere door het gedrag van zowel de onderwijssector als van het bedrijfsleven. Vroeger was het vrij gebruikelijk dat een bedrijf een bedrijfsschool had. In de jaren 80 en 90 zijn die eigenlijk allemaal verdwenen vanuit het perspectief dat het onderwijs het wel zou doen. Daar zijn we nu achtergekomen dat dat lang niet altijd gebeurt en in ieder geval niet op alle terreinen. Dus zit je nu weer met de vraag: wat dan?
Een kwestie als leven lang leren en ontwikkelen speelt sinds de eeuwwisseling. We praten er vooral over en hebben er zeker de eerste tien jaar nog niet zo heel veel aan gedaan. Dat speelde in de jaren tachtig niet. Sterker nog, mijn vader stopte op z’n 57e. Dat zou voor mij nog 3,5 jaar zijn. Ik zou het niet eens willen, want ik vind het veel te leuk nog. Maar ik kan me er niks bij voorstellen ook.
Glenn van der Burg (host): Wouter, alvast even zodat we een beetje weten hoe de vork in de steel zit. Jij werkt bij Alliander. Netbeheerder. Kennen we allemaal. Netcongestie, energietransitie. Enorm veel werk. Te weinig technische mensen. Waar lopen jullie tegenaan als je kijkt naar de aansluiting van wat het onderwijs aan het doen is en wat jullie nodig hebben? Klein vraagje, groot antwoord.
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): We hebben heel veel nieuwe mensen nodig. Wel 30.000 tot 2030 als sector. Dat zijn grote aantallen en die zijn er niet. Dus wij proberen allerlei andere vormen te vinden om mensen aan te nemen: zij-instromers, mensen uit andere branches, statushouders, zelfs mensen uit het buitenland. Maar die moeten allemaal opgeleid worden. En goed opgeleid, want veiligheid staat bovenaan. We willen dat iedereen veilig werkt.
Zoveel mensen opleiden stuit op praktische grenzen. We krijgen ze niet meer op de schoollocatie, ook niet allemaal in onze eigen bedrijfsscholen. En in de praktijk: mensen moeten meelopen om ervaring op te doen. Waar vroeger een monteur één leerling had — en monteurs al zeiden: ik ben toch monteur en geen praktijkbegeleider, het houdt me van mijn werk af — zie je nu dat er meerdere leerlingen op één monteur lopen. Daar zijn de grenzen bereikt. Dus we moeten echt naar anders opleiden. En dat moeten we samen doen: wat het onderwijs kan doen en wat het bedrijfsleven kan doen samenbrengen. Nu is het nog te apart georganiseerd en halen we de benodigde opleidingscapaciteit niet.
Glenn van der Burg (host): Daar gaan we zeker achter komen vandaag: hoe dan en wat we er allemaal aan kunnen doen. Joyce, jij bent van de Utrecht Talent Alliantie. Dat zijn een hoop mooie woorden bij elkaar. We weten: Utrecht en omstreken. Wat probeert die alliantie voor mekaar te krijgen?
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): De Utrecht Talent Alliantie is een samenwerkingsverband in de regio, provincie en de Gooi en Vechtstreek, gericht op een toekomstgerichte beroepsbevolking. Met onderwijs, bedrijfsleven en overheid willen we ervoor zorgen dat leven lang ontwikkelen voor iedereen haalbaar, toegankelijk en vanzelfsprekend wordt. Dat is nog abstract, maar wel hard nodig. En Wouter zei het al: we moeten samenwerken. Die samenwerking proberen wij te faciliteren en daar proberen we ook een aanjaagfunctie in te vervullen.
Glenn van der Burg (host): We hebben het vandaag over de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven. Misschien moeten we het hebben over de samenwerking, of de samensmelting zelfs. Wat zie jij daarin gebeuren waarvan je zegt: dat is echt heel hard nodig, anders lost het probleem niet op?
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Je ziet vooral goede wil om dingen anders te doen. Maar de problemen zoals Wouter ze schetste zijn er maar één. We hebben te maken met een enorm krappe arbeidsmarkt. Leerlingen worden soms al vrij vroeg van school geplukt om maar te gaan werken. Dat lijkt goed nieuws, maar ze doen dat dan zonder diploma. Hoe mooi zou het zijn als ze op een later moment dat diploma alsnog kunnen behalen?
Er wordt nog vrij klassiek naar onderwijs gekeken. Mensen die met pijn en moeite hun mbo-opleiding afronden, doen de deur dicht en denken: nooit meer. Die krijgen al jeuk bij “we moeten weer gaan leren” door negatieve leerervaringen. Welke andere vormen kun je organiseren? Daar zijn goede ideeën over, maar je hebt ook te maken met wet- en regelgeving die die creativiteit niet echt stimuleert. Veel is gebaseerd op een tijd die er niet meer is. Er is geen groot masterplan. We moeten het regionaal met elkaar proberen te fixen.
Glenn van der Burg (host): Zie je dan ook in de regio Utrecht een mismatch ontstaan? We hebben een golf gehad van “je moet doen wat je leuk vindt.” Ik kom nog uit de tijd van “je moet doen waar je een baan mee kan krijgen.” Nu is het vaak passie volgen. Dat kan ervoor zorgen dat iedereen communicatie gaat studeren of mbo-administratie, terwijl we daar niet op zitten te wachten.
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Daar zit spanning. Voor de grote transities in zorg, energie, grondstoffen, digitalisering hebben we heel hard mensen nodig. Daar schuurt het als we die niet hebben. Je kunt sturen: maak die opleidingen aantrekkelijker, goedkoper, hoger startsalaris. Daar moet nog het een en ander gebeuren.
Ik was bij JINC, die jongeren helpt richting arbeidsmarkt. Goed nieuws: er zijn jongeren die zeggen “ik wil de zorg in”, maar dan als zzp’er want dan verdien ik meer. Dat is niet wat we nastreven, maar het laat zien dat het verhaal zich verspreidt en dat de marktcommunicatie werkt.
Glenn van der Burg (host): Joop, dit is een uitdaging. Jij hebt me ooit geleerd: de arbeidsmarkt is eigenlijk helemaal geen markt. De grootste uitdaging ligt bij het moment dat jonge mensen gaan kiezen. Wat is hier de rol van het onderwijs?
Joop Schippers (Hoogleraar Arbeidsmarkt, Universiteit Utrecht): Het onderwijs heeft een belangrijke taak: niet alleen goed afleveren, maar ook de goede mensen voor de goede beroepen afleveren. Passie volgen is mooi — ik zeg dat ook tegen studenten: je besteedt er een groot deel van je leven aan, dus het mag leuk zijn. Maar als mensen modieuze dingen kiezen, zijn ze misschien kortdurend gelukkig. Intussen moet de samenleving draaien: wil je je koffers drie keer per jaar netjes in- en uitgeladen krijgen, of dat je opa in het verzorgingshuis een extra pyjamadag heeft? Ik denk dat het onderwijs zich moet afvragen: hoe zorgen wij dat instromers ook terechtkomen in trajecten waar de samenleving op termijn behoefte aan heeft?
Er ontbreekt coördinatie en regie. Vanuit Future of Work proberen we te sturen door zicht te krijgen op voorkeuren van burgers, via de Grote Werktest op de website van Studium Generale UU. Mensen kunnen aangeven waar ze schaarse mensen, robots of buitenlandse werknemers willen inzetten en waar eventueel weghalen. Hoe meer mensen meedoen, hoe beter zicht op wat we als samenleving willen. Vervolgens een brede maatschappelijke discussie: hoe gaan we dat regelen?
Glenn van der Burg (host): Wij zorgen dat er een linkje in de show komt. Ik heb het al opgetypt in mijn draaiboek. Het interessante is: we hebben het veel over AI — daar gaan we het nu niet over hebben — maar ik las dat 90% van het coderen straks door AI wordt gedaan en we dus veel minder programmeurs nodig hebben. Vijf jaar geleden: kinderen op de basisschool al leren coderen. Nu: zorg dat ze talig zijn zodat ze AI goede opdrachten geven. We kunnen bedenken wat we nodig hebben, maar hoe dat tot stand komt is tricky. Misschien komt er bij jou, Wouter, wel een innovatie waardoor kabels veel makkelijker de grond in gaan en we minder mensen nodig hebben. Je loopt altijd achter de feiten aan. Onderwijs ook. Dat soort dingen gaan we allemaal bespreken. Straks meer.
Experts en wetenschappers over de kracht van mensen in organisaties. Joyce Oomen van de Utrecht Talent Alliantie, Wouter van der Loo van Alliander en Joop Schippers van de Universiteit Utrecht. We praten over de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Een beetje raar, toch? Alsof al die... Ben jij bedrijfsleven? Is Alliander bedrijfsleven? Je bent half overheid. Maakt niet zoveel uit. Iedereen waar mensen werken.
Wouter, om het scherp te krijgen: je hebt iedereen nodig. Jonge mensen van vmbo, mbo, hbo, wo; zij-instromers; eigen opleidingen. Als we kijken naar de opleidingen zelf, waar jonge mensen via het normale pad vandaan komen: waar zit de verbeterbehoefte? We moeten nog te veel doen om mensen up and running en productief te krijgen.
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Bij diploma’s zit het ’m voor mij al. Iedereen een diploma, met alles wat daarbij hoort. Maar een deel van wat je leert pas je niet of niet meteen toe. Om tempo te maken en de opleidingsdruk te verminderen moet je samen veel meer kijken wat er echt nodig is op dat moment: skills. Ideaal is deelcertificering: leer een set skills, ga aan de gang, oefen in de praktijk, en als je eraan toe bent, maak je de volgende stap met extra skills. Bij ons heet dat aanwijzingen: dan mag je meer doen in het net. Dat kun je stapelen. Dan belast je niet iedereen met het hele curriculum. Wie dat wel wil, kan dat doen, maar je brengt mensen daar waar ze ook lol hebben. Werk is leuk als je bijdraagt. Je haalt ook die aversie tegen leren weg. En je maakt je flexibeler voor nieuwe technologieën en toepassingen.
Glenn van der Burg (host): Daarmee heb je misschien ook voor een deel leven lang leren opgelost. Combinatie werken en leren vanaf het begin.
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Mijn voorbeeld komt uit de technische hoek waar je goed kunt stapelen met skills. Maar in de breedte komen er zoveel veranderingen op ons af. Volgens mij kan het alleen zo en moeten we samen faciliteren: in kleine stukjes en wat je nodig hebt. Ook bij juristen en accountants verandert veel. Die kun je andere skills leren en in andere omgevingen toepassen.
Glenn van der Burg (host): Joop, moet het onderwijs deze stappen niet zetten omdat anders de vragende kant van de markt het overneemt? Werkgevers halen jongeren van school, laten ze certificaten halen en betalen vanaf dag 1 een dik salaris.
Joop Schippers (Hoogleraar Arbeidsmarkt, Universiteit Utrecht): Dat is een risico voor het onderwijs, en eigenlijk voor het hele onderwijs als blijkt dat wat er geleerd wordt niet relevant is. Vanuit het bedrijfsleven wordt vaak gezegd: hebben we al die opleidingen wel nodig? Als je niet relevant bent, verlies je maatschappelijke steun en kom je in een bezuinigingsspiraal.
Meer in het algemeen moet het onderwijs flexibeler zijn. Leid mensen op tot flexibele werknemers die in de loop van hun leven andere dingen kunnen doen. Als programmeren minder nodig is, moeten ze iets anders kunnen. Halverwege een loopbaan kan een beroep verdwijnen. AI gaat bladeren in jurisprudentie overnemen. Dus flexibel opleiden. En het onderwijs zelf moet flexibeler worden: minder vast aan tradities zoals altijd vier uur Engels in klas 2. Als Engels minder relevant is dan Duits, moet je uren Duits kunnen laten groeien, inclusief de methode. In de techniek is dit nog evidenter. Het onderwijs zit vaak gekneld in zelfgekozen banden en tradities. Kom in beweging en pas je soepeler aan.
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Ik zie daar ontwikkeling, bijvoorbeeld bij ROC Midden Nederland met passende leerarrangementen. Niet meer vier jaar leren en dan toedeloe, maar leren-werken, leren-werken. In het beroepsonderwijs is dat al verankerd via BBL, maar ook daar is het nu nog: eerst afronden, dan werken. Het idee is om dat veel meer aan te passen. Dat is ook de weg voor het hbo. Vallen en opstaan, maar dit pad moet gelopen worden.
Glenn van der Burg (host): Dat vraagt nogal wat van het onderwijs. Veel is dicht georganiseerd. Anekdote: een student uit mijn buurt mocht zijn eigen studie samenstellen. Fantastisch. Waarom ook niet? Hele slimme mensen met een drive. In de technische hoek: who cares dat je twee dingen samenvoegt waar geen curriculum voor is? Veel is gestandaardiseerd. Ben je slecht in taal of wiskunde, dan floep je eruit, terwijl je talent elders ligt. In werk zie je beter wat iemand kan. Wouter, in de praktijk stuur je dan bij.
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Absoluut. In het praktijkonderwijs kun je bijsturen en kijken wat echt past. Je kunt bijna een puur persoonlijke leerweg maken. Daar moeten we samen met het onderwijs meer naartoe. We hebben wel standaarden nodig — één echte standaard: een skillstandaard. Je moet over hetzelfde praten, zeker in ecosystemen of sectorale loopbaanpaden. Die hebben we nog niet. Mooie kans voor de hele markt om die nu te maken. Er wordt hard aan gewerkt.
Glenn van der Burg (host): Er zijn een paar afleveringen over skills en skills passport op peoplepower.radio, zoek ze vooral. Joyce, als je naar zo’n regio kijkt en je weet dat het vraagstuk er is en er wordt van jullie verwacht dat je mensen in beweging zet: hoe doe je dat?
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Dat is lastig. Met name: hoe betrek je de werkgever? De werkgever bestaat niet. Er zijn clubs die werkgevers vertegenwoordigen, maar dat is iets anders dan de werkgever. Je hebt echte stemmen nodig zoals Wouter. Skillsgericht werken en zeggen “ga alvast werken” betekent dat organisaties ingericht moeten zijn op leven lang ontwikkelen en daar tijd voor vrijmaken. Vooralsnog is het vaak: druk, orderportefeuille vol, wanneer dan? Je hebt werkgevers nodig die inzien dat dit onderdeel is van hun bedrijfsvoering. Dat gesprek gaan we voeren: wat hebben jullie nodig en hoe moet dat georganiseerd worden? Die samenwerking moet nauwer. Sneller schakelen. Werkgevers die zeggen: ik zie dit gebeuren, best ROC, help met een leerlijn voor mijn mensen — en dat zal breder spelen. Noem het geen bijscholing meer. Het zou mooi zijn als we het over tien jaar niet meer over leven lang ontwikkelen hoeven te hebben: we werken, en daar hoort leren bij.
Glenn van der Burg (host): Wouter, hoe doen jullie dat dan? Alliander is een grote club met een stevig ondersteunend apparaat, maar de uitdaging is groot. Hoe zorgen jullie dat je verbonden bent met onderwijs, lokale ROC’s, in veel regio’s?
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): We hebben expliciet gekozen om dit onderdeel van onze strategie te maken. Op de regionale as, niet meer alleen landelijk. Regionale verschillen zijn groot door arbeidsmarktstructuur en onderwijsverdeling. We zetten sterk in op Arnhem-Nijmegen, Amsterdam, het noorden. We bouwen ecosystemen met onderwijs én andere technische bedrijven en ketenpartners. We zijn groot, dus we kunnen helpen en doen dat ook. In het klein maken we afspraken: wat is nodig, hoe bieden we leerwegen over bedrijven heen aan. Dat is uitdagend, maar nodig.
Glenn van der Burg (host): Je haalt je concurrenten op de arbeidsmarkt erbij. Waarom toch?
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Omdat we alleen meer werk kunnen maken als de hele sector groeit. Het heeft geen zin als alleen wij groeien. Dan gaat er nog steeds geen extra kabel de grond in. Aannemers moeten ook groeien. Dat is soms lastig als iemand zegt: ik ga daar werken. Dan voelt dat. En toch zeggen we: goed, je blijft voor de energietransitie behouden. Later kom je wel weer terug. We rekenen zo min mogelijk af met studiecontracten. We oefenen hiermee, het loopt niet altijd vlekkeloos, maar hier willen we naartoe.
Glenn van der Burg (host): Gaat jullie verantwoordelijkheid verder dan voorheen? Traditioneel: onderwijs leidt op, levert af, werkgever pakt het op. Nu meer co-creatie?
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Heel veel is BBL bij ons, dus co-creatie met verschillende ROC’s. Theoretisch onderwijs is meer zoals jij zegt. In het ecosysteem werk je nu met het hele veld samen, van academisch tot praktisch onderwijs. Het kost energie om dit in al die regio’s op te zetten; je bouwt overal iets nieuws. Maar we willen die verantwoordelijkheid pakken.
Glenn van der Burg (host): Wat gebeurt er als je bij een ROC aanbelt en zegt: we willen samenwerken?
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Niet met “wij hebben mensen nodig”, maar met: we hebben de energietransitie te doen, we hebben elkaar nodig, als samenleving. De deuren staan wagenwijd open. Het is zoeken wat samenwerken precies is, en het verschilt per regio. Soms is onze bedrijfsschool sterk, soms die van een aannemer, soms heeft het ROC veel praktijkmogelijkheden. We kijken wat passend is, niet meer alleen voor ons. Leerlingen van een aannemer zitten bij ons in de klas, een trainer van een andere netbeheerder geeft een deel. We hangen erboven en vragen: hoe krijgen we met z’n allen meer capaciteit?
Glenn van der Burg (host): Klinkt makkelijk, maar de vraag is: hoe dan? Dat hoor je zo. Hoe ontketen je de kracht van mensen in organisaties? People Power.
Joyce Oomen van de Utrecht Talent Alliantie, Wouter van der Loo van Alliander en Joop Schippers van de Universiteit Utrecht, te gast in de studio. We gaan ernstig naar het hoe. Wouter, we waren bij jou. Samenwerken, regionaal, overal anders. Wat een boel werk. Hoe organiseer je dit zodat het behapbaar blijft? Heb je een team van veertig mensen?
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Credits naar degenen die dit vroegtijdig strategisch hebben belegd. Alliander heeft op tijd gezien dat de arbeidsmarkt grote impact op onze productie zou hebben. Ik ben gevraagd en kreeg de kans om met een behoorlijk team hier gestructureerd en strategisch aan te werken. Dus ja: we hebben mensen die in de regio’s de hele dag bezig zijn met het bouwen van deze ecosystemen.
Glenn van der Burg (host): Goed dat het gebeurt. Alliander is semi-publiek. In een gemiddeld bedrijf worden dit soort dingen eruit gesneden als het even tegenzit. Is het niet zo dat de regiefunctie die jullie vervullen bij de energietransitie ook landelijk georganiseerd kan worden? Joop, maak een taskforce — oppassen of er dan echt wat gebeurt, maar je snapt wat ik bedoel.
Joop Schippers (Hoogleraar Arbeidsmarkt, Universiteit Utrecht): Uiteindelijk moeten mensen in bedrijven het doen: begeleiden, kneepjes leren. Bedrijven moeten dit als investering zien. Nu kost het wat, maar de kost gaat voor de baat uit. Anders heb je over drie, vijf of tien jaar geen goed personeel.
Voor het mkb moet je meer regelen op regionaal niveau met brancheorganisaties. De SER heeft platforms die kunnen helpen. Laten we vooral niet te veel nieuwe dingen optuigen. ROCs, hbo’s en universiteiten hebben al contacten met het bedrijfsleven. Bouw dat uit. Intensiveer de samenwerking, maar ga niet weer nieuwe structuren bouwen.
Glenn van der Burg (host): Wat er al is, is de Utrecht Talent Alliantie. Joyce, vergelijkbaar met wat Wouter doet? Als een oliemannetje tussen partijen en samenwerkingen smeden?
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Zeker vergelijkbaar. “Ecosysteem” is misschien wat besmet als woord, maar je probeert het met elkaar te doen en bestaande lijnen te versterken. Waar zit de energie en hoe versterken we die? Mooi als grote organisaties de handschoen oppakken vanuit: we kunnen alleen meer werk maken als we als sector groeien. En dat ze het mkb meenemen. Wij bereiken de mkb’er niet zomaar; daar hebben we anderen voor nodig. Dat is precies wat we willen doen.
Glenn van der Burg (host): Veel mkb’ers werken voor grote organisaties. Vanuit een grote werkgever met een vraagstuk en belang komt de boel in beweging. In de regio Utrecht verenigen grote werkgevers zich in de Economic Board Utrecht. Captains of Industry, ik zeg liever Captains of Society. Vaak hebben grote bedrijven het intern goed georganiseerd. Hoe breng je dat over je eigen grenzen heen?
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Dat gesprek gaan we voeren: hoe stel je middelen, systemen en kennis ook beschikbaar voor je keten en regio?
Glenn van der Burg (host): Wouter, het zou tof zijn als grote organisaties hun leermiddelen openstellen voor leveranciers.
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Dat gebeurt. Mensen van aannemers kunnen bij ons opleiden, en andersom ook. Grote organisaties trekken of betalen dit vaak, maar mkb-partners betalen ook mee en leveren trainers. Er zit enorm veel vakmanschap. Starten is moeilijk voor mkb; dat mag een grote partij trekken. Maar ik zie veel toewijding bij mkb’s om vol in te stappen. Ze zien ook het probleem.
Glenn van der Burg (host): Je hebt mensen die graag bij een grote organisatie werken en mensen die liever klein en hecht werken. Op deze manier is er plek voor beiden.
Joop, naar onderwijsorganisaties. Ze krijgen steeds meer verzoeken tot samenwerking. Wat moeten onderwijsinstellingen doen gezien de krapte die nog zeker twintig jaar aanhoudt? Welke verantwoordelijkheid hebben zij?
Joop Schippers (Hoogleraar Arbeidsmarkt, Universiteit Utrecht): Verantwoordelijkheid nemen. Niet alleen vinkjes zetten binnen de muren, maar ook: halen we voldoende kennis binnen uit het bedrijfsleven en bieden we de goede dingen aan? Jongeren laten zich niet sterk sturen door financiële prikkels, blijkt uit onderzoek van OCW. Ze kiezen wat ze leuk vinden. Dan ligt verantwoordelijkheid bij onderwijsorganisaties om juist aan te bieden wat in de toekomst nodig is, en wat minder aan te bieden waar geen behoefte aan is. Als je het niet aanbiedt, kun je het ook niet kiezen. Je kunt ook geografisch sturen: een bepaalde opleiding alleen in Groningen of Maastricht aanbieden. De mogelijkheid blijft, maar het stuurt wel.
Glenn van der Burg (host): Dat is vloeken in de kerk. Onderwijs is ook vermarkt: nieuwe namen, gemarkete opleidingen, vaak oude wijn in nieuwe zakken.
Joop Schippers (Hoogleraar Arbeidsmarkt, Universiteit Utrecht): Precies.
Glenn van der Burg (host): Joyce, Utrecht Talent Alliantie. Als er luisteraars zijn in jullie regio: waarom aansluiten, meedoen?
Joyce Oomen (Programmacoördinator, Utrecht Talent Alliantie): Als je werkgever bent en je denkt: ik moet iets met leven lang ontwikkelen maar ik heb geen idee waar te beginnen — mail ons. Kijk op onze website wat we al doen: projecten en programma’s. We hebben een scholingsfonds opgericht dat financiële behoeftes ondersteunt van mensen die wel willen leren maar het niet kunnen betalen. Er lopen allerlei programma’s waar je iets aan kunt hebben als werkende of werkgever in de regio. En heb je plannen en wil je een stap verder komen, zoek contact. Dan zetten we het netwerk in. Het ecosysteem gaat aan het werk om te zorgen dat je in vruchtbare bodem terechtkomt en kunt wortelschieten.
Glenn van der Burg (host): Wouter, jij hebt het laatste woord. Veel leidinggevenden en HR-professionals luisteren en hebben het druk. Wat kunnen ze doen dat niet meteen een groot project is?
Wouter van der Loo (Manager Arbeidsmarkt Transformatie, Alliander): Doe vooral niks nieuws om het nieuws. Er is al veel. In de energiewereld hebben we gezegd: dit zijn de elementen en projecten die we samen doen. Daar gaan we vol voor en maken we duurzame waarde van. Kijk: waar leidt het tot meer instroom, sneller en meer opleiden in de benodigde beroepen?
Een voorbeeld: het Arbeidsmatch-platform. Opgericht door netbeheerders, toeleveranciers en aannemers. Je kunt erheen, via een test je skills in beeld krijgen en gerouteerd worden — ook regionaal, dus buiten Alliander, bijvoorbeeld in Utrecht waar Stedin meedoet, KPN overigens ook. Zo maak je makkelijk de eerste stap naar de energiesector. We hebben gezegd: deze doen we, en een aantal andere dingen even niet.
Glenn van der Burg (host): Niet in zeven sloten tegelijk lopen. Ik vond het superleuk om met jullie te spreken. Het blijft een continu veranderende uitdaging, dus hij zal er nog wel even zijn.
Je hoorde Joyce Oomen — check utrechttalentalliantie.nl — Wouter van der Loo van Alliander en Joop Schippers van Utrecht. En jij dankjewel voor het luisteren. Op naar de volgende. Meer afleveringen vind je op peoplepower.radio en jouw favoriete podcastapp.