Glenn van den Burg (host): Ondernemerschap, innovatie, duurzaamheid. Denk vooruit. Durf te doen. Maak het verschil. Dit is New Business Radio. Listen today, lead tomorrow. Met nu People Power. Glenn van den Burg.
Digitalisering maakt ons werk slimmer, maar ook voller. We schakelen sneller, weten meer en staan altijd aan. En precies daar wringt het. Want wat doet die digitale drukte met je brein, je energie en je werkgeluk? Hoe werk je slim digitaal zonder jezelf onderweg kwijt te raken? Over focus, informatieoverloot en de kunst van bewuste keuzes maken. Zodat technologie voor je werkt en niet andersom. Daarover komen mijn gasten vertellen, Rijn Vogelaar en Rita Zijlstra. Zij zijn de auteurs van het boek Digital Wellbeing at Work. Dat was een van de boeken die genomineerd is op de shortlist voor het managementboek van het jaar. We zijn bijzonder blij dat ze hier zijn. Ik mag ze een uur lang doorzagen over dit onderwerp. Fijn dat je luistert.
Rijn en Rita, fijn dat jullie er zijn. Gefeliciteerd, genomineerd voor het managementboek van het jaar. Op de shortlist, dus er staan er maar vijf op. Net niet gewonnen, zeg ik dan. Maar eigenlijk dus toch ook weer wel een beetje gewonnen. Volgens mij is de eerste lijst een stuk of veertig. Ik heb ooit op de longlist gestaan, dat vond ik al heel tof. Dan sta je er met veertig of vijftig boeken op en dan blijven er vijf over. Wauw. Had je toch van tevoren niet gedacht, denk ik? Toen je begon met het boekschrijven?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Niet gedacht, maar wel gehoopt natuurlijk. De aandacht voor het onderwerp is hartstikke mooi. We waren 52 op de longlist en inderdaad vijf naar de shortlist. We hebben afgelopen donderdag het feestje gehad. Daar is een ander boek uitgekomen, ook een prachtig boek, maar ontzettend blij met de aandacht.
Glenn van den Burg (host): Zo’n boek begint ergens. Dat begint bij een van jullie of jullie allebei. Ik vind het altijd bijzonder om twee auteurs in de studio te hebben. Dan denk ik altijd: daar zit ook weer een verhaal achter hoe jullie bij elkaar gekomen zijn. Dus wat is dat ontstaansverhaal?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Rita had mij gevraagd om te komen praten over een vorig boek van mij over enthousiasme. Daar raakten we over aan de praat. Op een gegeven moment vroeg ze waar ik nu mee bezig was. Ik vertelde dat ik aan het onderzoeken was of digitaal welzijn ook een boek waard was. Ik was zelf onderuit gegaan na de coronaperiode en in die tijd alleen maar met digitale middelen bezig. Alle communicatie ging digitaal. Ik merkte dat mijn brein ineens rare dingen begon te doen. Ik vond dat heftig. Ik was ook met dat onderwerp bezig voor een organisatie en zag in de risicoanalyses, zeker bij jongeren, hoeveel mensen er over de kop gaan. Onder scholieren is het al jaren een aandachtspunt, maar ook onder young professionals binnen organisaties gebeurt er veel. Ik vertelde dat ik me daarin verdiepte en Rita gaf aan dat zij daar ook erg mee bezig was. Toen hebben we besloten de handen ineen te slaan.
Glenn van den Burg (host): Laten we even samen terugkijken. Wanneer zit de knip dat je zegt: tot dan ging het wel prima en vanaf dát moment veranderde er iets? Ik ben 54, ik heb op mijn twaalfde een computer gekocht van mijn eigen zakcenten. Ik heb lang geleefd met schermen. Maar ik heb het idee dat dit iets is van de laatste 10 à 15 jaar. Er is een moment in tijd waarin je ziet: er verandert wat. Rita?
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Voor mij persoonlijk begon het in mijn rol als bestuurder bij Cobel, een Europees bedrijfsgezondheidsnetwerk. Daar zag ik dat psychisch verzuim steeds hoger werd, ondanks alle investeringen om dat omlaag te krijgen. Wat we erin stoppen aan middelen levert niet op dat het verzuim daalt; sterker nog, het gaat omhoog. In literatuur en praktijk zie je dat grofweg de helft samenhangt met technostress: hoe je omgaat met digitale middelen en de stress door overprikkeling en complexiteit. Het werk wordt veel complexer. We hebben het niet in de gaten, omdat het kleine stressertjes zijn, de hele dag door, wekenlang. Juist dat is funest: sluipschutters.
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): De grote verandering is eigenlijk met de smartphone, de iPhone zou je kunnen zeggen. Daarvoor waren er ook smartphones, maar de iPhone maakte dat iedereen het ging gebruiken, dat je je computer en werkmail op zak had. Ook het privégebruik van digitale middelen schoot omhoog: social media, al dat soort zaken. Vanuit de psychologie zien we dat ons brein continu overprikkeld wordt. Dat heeft effect op slaap, concentratie, geheugen. Wetenschappelijk gezien is 15 jaar kort; pas de laatste vijf jaar zien we het effect op allerlei vlakken, tot en met mentale problemen aan toe: angststoornissen, depressies, burn-out. In lichtere vorm merken we het dagelijks: concentratie, hoe we met anderen omgaan terwijl we op een scherm kijken, slapen. We wilden daar de aandacht op vestigen. Het gaat niet alleen over jongeren in de classroom, maar ook over organisaties. En het is niet alleen soft: het gaat over effectiviteit en productiviteit. Als iedereen rond 2 of 3 uur al uitgeblust is door overprikkeling, komt er niet veel meer uit. Het is dus de moeite waard vanuit welzijns- én economisch perspectief.
Glenn van den Burg (host): Rita, je zei het al. Vitaliteit, uitval, burn-out staat hoog op de agenda bij HR. Ik interview al 11 jaar mensen; die opkomst van digitale middelen had zichtbaar moeten zijn. We hadden het wel over afleiding en productiviteit, maar niet over mentale gezondheid. Terwijl jij zegt: onderzoek toont aan dat het in zo’n 50% van de gevallen een rol speelt. Waarom hebben we het er dan niet over?
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Bewustwording van het probleem. Daarom is het boek geschreven. Alle aandacht gaat naar social media en de telefoon. Maar het is groter. Je ziet je schermtijd op je telefoon: tweeënhalf tot drieënhalf uur. Maar je zit veel meer op je scherm, zeker op je werk in een kenniseconomie. Reken je werktijd mee, dan ga je richting 14 jaar schermtijd in 45 werkjaren. Door verslaving en slimmere algoritmes kan het oplopen naar 17–19 jaar. Dat is niet onschuldig. We doen veel cognitief, complex werk; daarvoor heb je rust en hersteltijd nodig. Hersteltijd is niet nog meer scherm. Je brein maakt geen onderscheid tussen een werkmail typen of kattenfilmpjes kijken: het blijft informatieverwerking. En dat is niet één stroom; hoeveel pushmeldingen krijg je per uur?
Glenn van den Burg (host): Allemaal uitgezet. In de studio staat alles uit en is er focus en flow. Mensen gaan blij naar buiten. Dit is een flow machine, er is niks anders.
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Precies. Voldoening komt omdat je iets hebt afgemaakt in je focustijd. Op het werk krijg je push, mail; veel reactief en oppervlakkig. Je kunt weinig afmaken, waardoor je brein continu in de lus blijft dat er nog iets moet. Uit onderzoek weten we: als je continu gestoord wordt en niet afmaakt, ga je vermoeid naar huis, blijf je hangen op de bank en doe je niet aan herstelactiviteiten zoals sporten, naar buiten, sociale contacten. Dat heeft je brein echt nodig.
Glenn van den Burg (host): We gaan zo dieper in op wat er in je hoofd gebeurt als je naar die stomme kattenfilmpjes zit te kijken. Wat gebeurt er in je brein bij een notificatie?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): We beschrijven in het boek verschillende breinsystemen. Belangrijk is het alertheidssysteem, het salience-netwerk. Dat checkt continu: gebeurt er iets belangrijks, bedreiging of kans? De moderne tijd is een groot gevecht om aandacht. Aandacht pak je met geluidjes, iets dat bang of vrolijk maakt. In de prehistorie zetten we die alertheid een paar keer per dag aan. Nu worden we continu afgeleid: minder ruimte voor concentratie, minder voor herstel en voor het default mode network (DMN) — het rustbrein waar we informatie aan elkaar knopen, creatieve ideeën krijgen, oplossingen bedenken. Doordat we rustmomenten opeten (zelfs op het toilet pakken we de mobiel), raakt het DMN in de verdrukking. Gevolg: we raken in de war, concentratieverlies, geheugenproblemen. ’s Avonds blijven we door algoritmes langer kijken, slapen minder, en het brein blijft bezig. Als we rust- en concentratiemomenten inbouwen — bv. twintig minuten ongestoord werken — kunnen we er goed mee omgaan. Ons boek is niet anti-technologie; technologie is fantastisch. Alleen ons brein heeft een ander operating system. Begrijp hoe het brein en technologie werken, dan wordt 1+1=3 in plaats van 1+1=½.
Glenn van den Burg (host): En in organisaties? Helpen conventies en defaults of juist niet?
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): We ontwerpen werk nu vaak zó dat het botst met hoe ons brein werkt. Slaap is je nachtelijke IT-afdeling die opruimt en updatet. Het DMN verbindt informatie, maar het geeft ook ruimte om over jezelf na te denken: wat gebeurde er, wat vind ik, wat zegt dit over mij, wat wil ik? Zo bouw je je persoonlijkheidsstructuur. Als daar weinig ruimte voor is, wordt het moeilijk te weten wat je wil en wie je wil zijn. Ontwerp werk zó dat er breinpauzes en herstel zijn, ook tijdens het werk.
Glenn van den Burg (host): Teams/Zoom-agenda’s die achter elkaar staan, mensen te laat omdat het uitloopt. Iemand met vijftien Teamsmeetings achter elkaar op één dag!
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Als je naar het scherm kijkt, focus je strak; dat verhoogt stress. Stress geeft energie en blijft in je lijf. Je moet bewegen om die stress af te voeren. Doe je dat niet en zit je acht uur met vijftien Teams-vergaderingen, dan blijft het stresssysteem aan. Na 20–25 minuten heb je ontspanning nodig; anders krijg je spanning: schouders omhoog, kaken strak. Let op simpele signalen, zoals waar je tong ligt: tegen je gehemelte (stress) of ontspannen onderin. Daarnaast kost jezelf in beeld zien extra energie: rond 20% van je hersencapaciteit gaat daarnaar, bij vrouwen vaak nog meer door sociale beoordeling op uiterlijk. Aan het eind van de dag ben je gesloopt en je weet niet waarom. Zet je eigen beeld uit — dat zou default uit moeten staan.
Glenn van den Burg (host): Stress is op zich prima, toch? Leg dat even uit.
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Een beetje stress is nodig om goed te functioneren. Het mag alleen niet te lang en steeds terugkeren. Na een piek moet je terug naar baseline. Bij continu lage doseringen door push, mail, alles dat aanstaat, daal je nooit naar nul en bouwt het op. Multitasken en taak-switching belasten je werkgeheugen. Ik vergelijk het met een tafel met zes stoelen: elke push of chat bezet een stoel; op een gegeven moment zijn ze vol en heb je geen denkruimte meer.
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Vroeger deed je tussendoor eenvoudige taken (even naar de kopieermachine) — ingebouwde rust. Die simpele taken zijn geautomatiseerd; met AI moeten we nu cognitief zwaarder werk nakijken, wat extra belastend is. Daarom nog bewuster rustmomenten inbouwen. En werkgevers hebben hierin een rol. Bij intensief schermwerk filtert je brein signalen van je lijf weg: eten, drinken, spanning. Je lijf staat de hele dag aan. Dat leidt tot vermoeidheid. Veel jongeren komen de arbeidsmarkt op al half overspannen door jarenlange digitale belasting. Gezonde werkstress komt daarbovenop en kan dan te veel worden, zeker als privé via dezelfde kanalen je werkdag binnenloopt.
Glenn van den Burg (host): Ik maakte laatst zeven podcasts op een dag. Aan het eind leeg. In de auto appte ik met mijn stem: als ik thuis kom, ga ik eerst hardlopen. Ik voelde dat mijn hoofd het nodig had. Daarna ging het prima. Dat gevoel hebben schermwerkers volgens mij ook.
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Exact. Er gebeurt veel in je lijf zonder dat je het merkt. Je denkt dat je niks gedaan hebt, maar fysiologisch ben je hard bezig. Hoog alert leidt tot energie om te vluchten of vechten — niet passend bij kenniswerk, maar het zit er wel. Laat het tussendoor en aan het einde van de dag afvloeien: bewegen, micro-ontspanning, even lopen, stretchen, koffie halen.
Glenn van den Burg (host): Hoe gaan we dit fixen? Voor managers, HR: waar begin je? Beleid? Gesprekken?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Begin met het gesprek. Deel de inzichten van de afgelopen 10–15 jaar en vraag: hoe werkt dit bij jou? Het is een veelkoppig monster en iedereen gaat anders met digitale middelen om. Ik vergelijk het met diëten: ons brein wil meer “calorieën” dan goed voor ons is. We moeten bewust met overvloed omgaan. Plan ’s ochtends blokken voor concentratie. Maak ruimte voor contact. Richt je op wat ons gelukkig maakt: plezier, groei, sociale verbondenheid, en rust. Leg als team ook het ongemakkelijke op tafel: mailgedrag, laptops in meetings, typen terwijl iemand spreekt. Moeilijk één-op-één, dus maak het collectief.
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Onderzoek naar healthy work microhabits laat zien dat mentale veerkracht sterk wordt gesteund als je leidinggevende jouw gezonde digitale gewoonten ondersteunt. Als je twee uur focustijd afspreekt, onderbreek dan ook niet. Werkgever kan op vier pijlers sturen: - Middelen: kies zo min mogelijk, goed op elkaar afgestemde tools die flow faciliteren. - Support: voldoende training en ondersteuning bij nieuwe digitale middelen. - Vaardigheden: digitale fitheid van medewerkers op orde. - Gedrag: spreek gewoonten aan (notificaties, werktijden, vergaderhygiëne). Slaap en herstel horen daarbij.
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Concreet voorbeeld: mensen die tussen de middag wandelen zonder telefoon zijn aan het eind van de dag uitgeruster én productiever. “Boterham achter de laptop” lijkt productief, maar om drie uur ben je cognitief leeg. Management moet dit aanmoedigen, zelfs sturen: ga naar buiten, laat je telefoon. Het is geen soft verhaal, maar pure productiviteit.
Glenn van den Burg (host): Voorbeeld van organisaties die het goed doen?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Techreuzen zijn hier al langer mee bezig. Bij Google is de ochtend concentratietijd; je mag dan niemand storen en meetings plan je ’s middags. Collectieve afspraken werken, anders wordt focustijd alsnog volgeboekt omdat iedereen elkaars agenda ziet.
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Organisaties sturen vaak op tijd, maar beter is sturen op aandacht. Wanneer kan iemand z’n aandacht het beste inzetten? Dat levert rendement op. En standaardinstellingen doen ertoe: zet notificaties default uit, eigen beeld in videomeetings default uit, en ga het gesprek aan.
Glenn van den Burg (host): In Frankrijk: mailserver uit om vijf uur. Goed idee?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Het signaal is goed, maar te hard kan frustreren. Mensen willen soms om drie uur kinderen halen en ’s avonds doorwerken. Liever maatwerk en vooral voorbeeldgedrag van leidinggevenden: niet ’s avonds nog appen “want morgen is MT”.
We moeten ook eerlijk zijn: kenniswerk is steeds cognitiever, AI vergroot dat. En we houden vast aan de 8-urige werkdag uit de lopende-band-tijd. Acht uur zwaar cognitief werk zonder pauzes is onhaalbaar. Drie à vier uur échte focus is vaak maximaal. En dat moment onder de douche kan waardevoller zijn dan uren achter je scherm. Wandelen kan effectiever zijn dan blijven zitten.
Glenn van den Burg (host): Laatste vraag: wat kunnen we zélf nu concreet doen? Biggest bang for the buck. Rita?
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Voor mij: ’s ochtends deep focus werk, zonder meetings. Daarna bewust pauzes. Bij veel meetings tijd tussendoor: koffie, praatje, stretchen. Notificaties uit. Ik schrijf nu aan een thesis (Nyenrode) over cyber resilience. Dat hangt sterk samen met mentale fitheid. Technisch houden we veel tegen, maar in 70–90% is een menselijke fout de oorzaak. Als mensen niet uitgerust zijn, neemt de kans op incidenten en de impact toe. Het is dus ook een veiligheidsissue en reputatierisico. De ochtend is voor mij schrijven; om 11 uur voelt het alsof de dag kan starten, maar ik ben al productief geweest. Daarna wandelen/lunchen en ’s middags contacten. Iedereen weet: ’s ochtends niet storen.
Glenn van den Burg (host): Rijn, voor het individu?
Rijn Vogelaar (Auteur, Digital wellbeing@work): Net als met diëten: je moet zelf iets doen, en het helpt als de “kantine” gezond is. Probeer een digitale detox van een dag of week, of kies minimaal digitaal op een zondag. Merk hoe vaak je grijpt naar nieuws of apps. Word je bewust en maak vervolgens kleine, houdbare keuzes: verplaats verslavende apps, beperk nieuws-checks, bouw notificaties af. Kleine veranderingen kunnen groot effect hebben op slaap en concentratie. En: zet notificaties uit. Je pakt je telefoon vaak genoeg zelf; meldingen komen bijna altijd op een onhandig moment.
Rita Zijlstra (Auteur, Digital wellbeing@work): Kijk in je schermtijd-overzicht naar meldingen versus activeringen. Meldingen = wat binnenkomt. Activeringen = hoe vaak jij je telefoon pakt. Vaak zijn activeringen hoger. Dat is de gewoonte/verslaving. Dat inzicht helpt om gericht te minderen.
Glenn van den Burg (host): Kortom, we hebben werk te doen — voor collega’s en voor onszelf. Wil je meer weten? Lees het boek Digital Wellbeing at Work, verkrijgbaar bij managementbook.nl. Dank aan Rijn Vogelaar en Rita Zijlstra voor jullie kennis over dit belangrijke onderwerp.
Wil je meer luisteren? Ga naar peoplepower.radio en meld je aan voor de community. En als je denkt: heb ik geen zin in — hoeft ook niet. Ga lekker wandelen, is eigenlijk veel gezonder voor je. Tot de volgende!
Hoe kan jouw organisatie verbeteren? Hoe zorg je voor collega’s die gelukkiger zijn? En hoe geef je zelf vorm aan je carrière? Je hoort het allemaal op het podcastkanaal New Business Radio Work. Met wetenschappelijke inzichten en de beste praktijkvoorbeelden. Check je favoriete podcastplatform en abonneer je op New Business Radio Work.